Uit Net NL#35: Waterstofnet in wording

‘Een mijlpaal’, noemt Gasunie CEO Han Fennema de opdracht om een landelijk transportnet voor waterstof te ontwikkelen. Terecht: hoe vaak sta je aan de wieg van een nieuw nationaal energienet?! En dan volgt al snel: hoe pak je dat aan? Waar liggen de kansen en uitdagingen? Wat betekent waterstof voor het energiesysteem van de toekomst?

Uit Net NL#35: Waterstofnet in wording
Eind juni hakte demissionair staatssecretaris Dilan Yeşilgöz-Zegerius van Economische Zaken en Klimaat de knoop door om een transportnet voor waterstof te ontwikkelen. “Dat we ons uitstekende gasnet met enkele aanpassingen veilig en kosteneffectief kunnen omvormen tot een transportnet voor waterstof, biedt een grote verduurzamingskans voor de Nederlandse industrie die we niet mogen laten liggen”, stelde ze. Het besluit van Yeşilgöz is een reactie op het rapport HyWay27, waarin PWC/Strategy& de bevindingen vastlegde van een onderzoeksprogramma van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, TenneT en Gasunie.

Goedkoper en sneller

Door de afbouw van gaswinning in Groningen neemt het aardgastransport in Nederland af. Het waterstofnet kan veel sneller worden ontwikkeld, door gebruik te maken van leidingen die er al liggen. Dat vraagt nog altijd een investering van 1,5 miljard, maar nieuwbouw is naar schatting viermaal duurder. Omdat het hoofdnet voor gastransport bestaat uit meerdere parallelle leidingen, kunnen aardgas en waterstof naast elkaar bestaan. Een transportnet voor waterstof is daarmee haalbaar en kostenefficiënt, noteert HyWay27.

Er moet aanbod komen en vraag ontstaan, anders worden de buizen niet gevuld

Backbone

Gasunie wil met een waterstoftransportnet van 1.400 kilometer vanaf 2027 de vijf belangrijkste industriële regio's in Nederland met elkaar verbinden. Maar ook met opslag in Zuidwending en met industriële regio's in Duitsland en België. Hynetwork Services, 100 procent dochteronderneming van N.V. Nederlandse Gasunie, legt die landelijke backbone aan, met 85-90 procent aan bestaande infrastructuur.

“Waterstof is een krachtige energiedrager die een belangrijke bijdrage kan leveren aan de energietransitie”, stelt Eddie Lycklama à Nijeholt, Project Director Hydrogen Backbone. Bij Gasunie werkt hij al langer aan plannen voor een waterstofinfrastructuur. Nu is hij verantwoordelijk voor de uitrol van het transportnet. “Als je met een waterstofprogramma begint, heb je eerst lege buizen”, schetst Lycklama à Nijeholt de aanloop naar een nieuw, operationeel transportnet. “Er moet aanbod komen en vraag ontstaan, anders worden de buizen niet gevuld. Onze commerciële teams voeren gesprekken met heel veel bedrijven die interesse hebben in productie, afname of import van waterstof. Zo krijgen we in beeld hoe de waterstof zou kunnen gaan stromen.”

Eerst regionaal, dan landelijk

Lycklama à Nijeholt gaat ervan uit dat veel ontwikkelingen eerst binnen de industrieclusters plaatsvinden, waarbij Gasunie regionaal leidingen aanlegt. In de fase daarna wordt de regionale infrastructuur gekoppeld met de landelijke backbone. Dat vraagt een zorgvuldige afweging van belangen. Lycklama à Nijeholt: “De volgorde waarin die koppelingen plaatsvinden, moeten we in een uitrolplan vaststellen, samen met het ministerie van EZK. Gasunie ondersteunt de ontwikkeling van de waterstofketen maximaal, maar we hergebruiken wel aardgastransportleidingen. Het aardgastransport zelf mag daarbij nooit in het geding komen.”

Inrichten van een nieuw energienet beperkt zich niet tot het openstellen van wat leidingen; het ontvouwt zich - snel en zeker – als een complex schaakspel waarin elke beweging invloed heeft op de andere stukken in het spel. Staatssecretaris Yeşilgöz hoopt met haar besluit dan ook ontwikkelingen aan te jagen in de gehele waterstofketen – productie, opslag, transport en afname: “Met een uitrolplan komt er meer duidelijkheid over een essentieel onderdeel van de waterstofketen en creëer ik meer helderheid voor marktpartijen”, meldde ze in juni aan de Tweede Kamer. Lycklama à Nijeholt daarover: “Beginnen aan de infrastructuur is een cruciale fase. De bedrijven die de importterminals bouwen of elektrolysers neerzetten, willen wel de garantie dat er ook echt een pijp ligt waar de waterstof mee vervoerd kan worden als zij hun systeem klaar hebben. Je zet niet zomaar een terminal neer, dat vraagt nog flink wat tijd en moeite.”

Het moet voor bedrijven wel betaalbaar worden om tijdig over te stappen op waterstof

Vollooprisico

Gasuniedochter Hynetwork Services loopt vooruit op de marktontwikkeling met de overheidsopdracht voor het opzetten van een waterstofbackbone. “Daar zit een behoorlijk financieel risico aan”, vertelt Lycklama à Nijeholt. “Er zijn dus hoge kosten mee gemoeid als de infrastructuur veel eerder klaar is dan de markt. Dat volloop-risico kan Hynetwork Services niet dragen, maar het ministerie van Financiën heeft daarvoor subsidie toegezegd, tot maximaal € 750 miljoen.”

Lycklama à Nijeholt denkt dat dergelijke steun ook nodig is om vraag en aanbod te ontwikkelen voor de nieuwe CO2-vrije waterstofeconomie: “De betrokken industrieën moeten mega-investeringen doen om productieprocessen opnieuw te ontwerpen voor waterstof. Dat is in ieders belang, het is nodig voor een duurzame keten. Maar het moet voor bedrijven wel betaalbaar worden om tijdig over te stappen van aardgas op waterstof.”

Als vraag en aanbod zich gaan ontwikkelen, is de volgende uitdaging het vinden van balans in het nieuwe energienet. Een importterminal, eenmaal operationeel, levert redelijk stabiel waterstof. Waterstof geleverd door een windpark is juist onvoorspelbaar. Ook in de vraag ontstaat onbalans, niet elk bedrijf zal altijd een constant volume afnemen. Lycklama à Nijeholt: “Hoe dat gaat werken, zijn we aan het uitzoeken samen met onze klanten. We zullen heel snel ook opslag nodig hebben. Dan komen de cavernes in beeld. Uit het onderzoek of de zoutcavernes voldoende dicht zijn voor waterstof, hebben we gelukkig positief antwoord. We zijn, internationaal gezien, niet de eersten die waterstof in een caverne opslaan, maar we willen met deze resultaten wel doorpakken naar uiteindelijk vier cavernes in 2030.”

Aantrekkelijk perspectief

Als de industrie eenmaal om is én als zware mobiliteit met waterstof zich heeft ontwikkeld, kan waterstof in de – verdere - toekomst ook bijdragen aan de energietransitie in de gebouwde omgeving. “De congestie in het elektriciteitsnet is echt een heel groot probleem”, constateert Lycklama à Nijeholt, “en we zijn nog maar net begonnen met elektrificatie. Een mengvorm van aardgas of biogas met lokaal geproduceerde waterstof en een deel elektrificatie, kan in veel situaties aan de oplossing bijdragen. Echt goed isoleren en energieneutraal bouwen maakt ruimte vrij in de aardgasdistributienetten. Door waterstof bij te mengen in de aardgasstroom, wordt de CO2-uitstoot beperkt. Dat wordt een economisch aantrekkelijk perspectief.”

Die regionale inzet van waterstof is overigens niet zomaar gedaan: in het regionale gasnet liggen – anders dan in het transportnet – leidingen niet parallel. Voor kleinere industrieën of woonwijken die verder van de backbone af liggen kan dus geen aardgasleiding vrijgespeeld worden voor waterstof. “Dan kun je dus bijvoorbeeld waterstof bijmengen bij aardgas”, vertelt Lycklama à Nijeholt. “Bijmengen mag wettelijk nog niet, dus dat vraagt een aanpassing. Maar het is in het belang van het milieu, om bedrijven die verder van de backbone afliggen, zo sneller duurzaam te laten werken.”

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: