
Kies voor toekomstbestendige industrie
Onze energie-intensieve industrie staat op een kantelpunt. Ze kampt met hoge en volatiele energiekosten. Zekerheid over het transitiepad (elektrificatie, waterstof, CCS) naar een duurzaam energiegebruik is voor hun essentieel. Voor de brede maakindustrie geldt hetzelfde. De uitdagingen liggen daar vooral in de beperkingen op het elektriciteitsnet, de krapte op de arbeidsmarkt, de schaarse fysieke ruimte, complexe vergunningsprocedures en een beperkte uitvoeringscapaciteit bij vergunningverleners. Hierdoor stellen bedrijven hun investeringen uit. Of vertrekken ze naar buurlanden waar meer sectorgerichte steun door de overheid wordt gegeven.
Geef zekerheid aan de industrie
Zorg ervoor dat energie-infrastructuur tijdig wordt aangelegd en kijk daarbij integraal naar elektriciteit, CCS, waterstof, groen gas en hybride oplossingen en maak duidelijk wanneer welke netwerkaansluitingen waar beschikbaar komen. Biedt een voorspelbaar pakket van tijdelijke energiekostensteun en vraagcreatie (normering/aanbesteding/bijmenging voor groene materialen). Dit vergroot de investeringszekerheid en versnelt de verduurzaming.
Ondersteun de opschaling van blauwe waterstof in Nederland
Zorg dat private investeringen in blauwe waterstofproductie in Nederland kan opschalen door blauwe waterstof mee te nemen in de SDE++. Blauwe waterstof is betaalbaar overbruggingsmiddel tot de markt voor groene waterstof verder ontwikkeld is en de kostprijs is gedaald. Kom daarnaast met een amortisatiefonds op waterstof. Het verlaagt de aanvangskosten van infrastructuur en maakt investeringen in productie en afname sneller rendabel. Duitsland zet dit model succesvol in voor de aanleg van hun waterstofnetwer
Zorg voor een gelijk Europees speelveld
Harmoniseer de methodes van nettarieven binnen Europa en voorkom een race to the bottom op nettarieven. Zo voorkomen we dat Nederlandse bedrijven duurder uit zijn dan hun Europese concurrenten en houden we een eerlijke basis voor duurzame groei.
Verbeter de betaalbaarheid van de energiekosten door aan te slag te gaan met de aanbevelingen uit het IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur.
De industrie kampt met hoge energiekosten en verliest concurrentiekracht door stijgende netkosten. Uit het IBO blijkt dat Nederland tot wel €30 miljard kan besparen op de investeringen in het elektriciteitsnet op land (ruim €100 miljard tot 2040) door slimmer te plannen en beter samen te werken. Dat kan door het bestaande net beter te benutten, flexibiliteit te stimuleren en elektriciteit, warmte en moleculen gelijktijdig te plannen. Door deze instrumenten actief te gebruiken, verlagen we structureel de kosten van het energiesysteem én versterken we het verdienvermogen van de Nederlandse industrie.
Verbeter de betaalbaarheid van de energiekosten door gerichte steun die bijdraagt aan energiebesparing, een beter gebruik van het elektriciteitsnet en concurrerende energiekosten ten opzichte van buurlanden.
Om de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven te behouden, is tijdelijke verlichting nodig. Dit kan via verlenging van de IKC-regeling en verlaging van energiebelastingen. Gebruik daarbij belasting- en subsidiebeleid om bedrijven netbewust te ondersteunen, zodat de juiste prikkels blijven bestaan voor efficiënt en flexibel energiegebruik. Verlenging van de IKC-regeling of tijdelijke belastingkortingen voor energie-intensieve bedrijven moeten gericht zijn op toekomstbestendige sectoren en locaties, en gepaard gaan met voorwaarden om flexibel energieverbruik te ontwikkelen en toe te passen. Zo blijft het energiesysteem betaalbaar, eerlijk en toekomstbestendig. Daarnaast kan Nederland gebruikmaken van de mogelijkheden binnen het Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF), waarmee energie-intensieve bedrijven kunnen worden gecompenseerd voor hoge elektriciteitskosten.
Maak flexibele energievraag en –aanbod de norm
Zorg voor flexibiliteit niet alleen in het aanbod van energie, maar ook in de vraag. Dit kan met tariefprikkels en contractvormen, door stimuleer stuurbare elektrificatie te (elektrolysers, e-boilers, warmtepompen) en benut moleculen (waterstof, groen gas, CO₂-keten) voor verminderen of voorkomen van transportschaarste, balancering, opslag en voor efficiënt netgebruik. Ook moeten bedrijven geholpen worden flexibiliteit te ontwikkelen. Zo groeit de industriële vraag op een manier die het systeem ondersteunt in plaats van belast.
Regie op ruimte én energie
Bepaal welke energiedrager waar en wanneer komt (energieplanologie). Leg energie-infrastructuur vast als randvoorwaarde in ruimtelijke plannen; reserveer ruimte voor kabels en leidingen en stationslocaties voor zowel elektriciteit als waterstof/CO₂. Leg energie-infrastructuur voor de vraag aan en maak zo Safe Havens waar kabel- en pijpleidingcapaciteit tijdig beschikbaar komen voor industrie en logistiek.
De Nederlandse industrie staat op een kantelpunt. De energie-intensieve industrie kampt met hoge en volatiele energiekosten en zoekt zekerheid over het transitiepad (elektrificatie, waterstof, CCS) naar een duurzaam energiegebruik. Voor de brede maakindustrie geldt hetzelfde. De uitdaging ligt daar vooral in de beperkingen op het elektriciteitsnet, de krapte op de arbeidsmarkt, de schaarse fysieke ruimte, complexe vergunningsprocedures en een beperkte uitvoeringscapaciteit bij vergunningverleners. Door deze uitdagingen stellen bedrijven hun investeringen uit, of vertrekken zij naar buurlanden waar meer sectorgerichte steun door de overheid wordt geboden.
De knelpunten in het elektriciteitsnet vragen daarnaast om meer flexibiliteit van de industrie in hun energiegebruik. Er zijn snel oplossingen nodig zodat het investeringsklimaat voor de industrie verbeterd, want de industrie is cruciaal voor onze concurrentiekracht, werkgelegenheid, leveringszekerheid van essentiële producten en strategische autonomie. Een gezamenlijke Europese aanpak voorkomt dat lidstaten in een subsidie-wedloop belanden en vergroot de efficiëntie van de energietransitie.
De toekomst van de industrie bepaalt ook hoe we de energietransitie vorm willen geven. De netbeheerders zien hier twee fundamentele vragen voor de samenleving:
- Hoe waarborgt Nederland de concurrentiepositie van deze industrie tijdens de energietransitie?
- Hoe sluiten we de brede maakindustrie tijdig en strategisch aan?
De antwoorden hierop geven richting aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie en geven uitgangspunten voor de transitie van het energiesysteem: waar en wanneer komt regelbaar vermogen, waar landen wind-op-zee-elektronen in het net, en waar en wanneer zijn waterstof- en CO₂-infrastructuur beschikbaar? Duidelijke beleidskeuzes helpen zo om de energietransitie efficiënt te laten verlopen en deze tegen de laagste maatschappelijke kosten aan te leggen.
Als we geen keuzes maken voor onze industrie, verliezen we stap voor stap de basis van onze economie. Zonder betaalbare energie, duidelijke kaders voor verduurzaming en lange termijnplannen wordt produceren in Nederland steeds moeilijker. Bedrijven stellen investeringen uit, verplaatsen hun productie of sluiten hun deuren. Hiermee is er geen regie of grip over welke economische activiteit in Nederland blijft of komt.
Zonder stevige alternatieven wordt Nederland afhankelijker van de import van halffabricaten. Kan ons kwetsbaar maken: voor prijsschommelingen, geopolitieke spanningen en het wegvallen van leveringen. Tegelijk stokt de verduurzaming, doordat bedrijven niet weten of ze straks toegang hebben tot elektriciteit, waterstof of CO₂-opslag.
Een ander toekomstbeeld is mogelijk! Met duidelijke keuzes kan Nederland een sterke, schone en concurrerende industrie behouden. Daarvoor is tijdige aanleg van energie-infrastructuur cruciaal: elektriciteit, waterstof en CO₂-opslag. Door proactief energie-infrastructuur aan te leggen voor industriële clusters waar ruimte is voor groei, ontstaat zekerheid waardoor bedrijven kunnen investeren. Om dit mogelijk te maken zijn regie, ruimte in regulering en financiële oplossingen nodig.
We kunnen de omslag realiseren door duurzame productie aantrekkelijker te maken. Dat kan via vraagcreatie – bijvoorbeeld door bijmengverplichtingen van groene materialen of voorkeur voor schone producten in aanbestedingen. Zo ontstaat een markt waarin verduurzamen loont en bedrijven kunnen concurreren met vervuilende alternatieven en Nederlandse bedrijven binnen Europa een koploperspositie kunnen pakken.
Ook de maakindustrie kan vooruit als we slimmer omgaan met het volle elektriciteitsnet, onder meer door het beter benutten van flexibiliteit. Er moeten door de politiek heldere keuzes gemaakt worden door een bepaalde prioritering aan te brengen. Daarnaast is het belangrijk om alternatieven zoals waterstof en CCS beschikbaar te stellen voor geprioriteerde bedrijven als elektriciteit geen oplossing kan bieden of niet haalbaar is.
Zo bouwen we aan een industrie die minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen, beter bestand is tegen internationale schokken en een stevige plek houdt in Europa. Een industrie die schoon en betaalbaar produceert – en zekerheid biedt dat Nederland ook in de toekomst kan bouwen, innoveren en produceren.
Netbeheerders investeren in energie-infrastructuur, wat verduurzaming van de industrie mogelijk maakt. We helpen bedrijven in het bepalen van hun transitieroutes. We ontwikkelen contracten voor flexibel energieverbruik, en stimuleren het net daarmee beter te benutten. We brengen de systeemgevolgen van keuzes in beeld en maken integrale planning mogelijk.
Netbeheerders werken vanuit één geïntegreerde systeembenadering waarin elektriciteit, waterstof, CO2 en ruimtelijke regie bij elkaar komen. Aan de elektriciteitskant versnellen TenneT en de regionale netbeheerders de bouw van stations, hoog- en middenspanningsverbindingen en andere systeemversterkingen. Daarbij zorgen zij voor de integratie van wind op zee, zetten congestiemanagement en flex-contracten in om schaarse capaciteit efficiënter te benutten, en treffen zij maatregelen om netstabiliteit en leveringszekerheid te borgen.
Tegelijkertijd realiseert Gasunie samen met partners de gefaseerde uitrol van een landelijk waterstofnet, gekoppeld aan industriële clusters en importstromen, en bouwt zij aan CO₂-transport- en opslagketens die cruciaal zijn voor een betaalbare industriële verduurzaming op korte termijn. De bestaande gas- en toekomstige waterstofinfrastructuur dragen bovendien bij aan systeemflexibiliteit, bijvoorbeeld door pieken en dalen in de energievraag op te vangen en door seizoensopslag te faciliteren.
Om de energiezekerheid binnen Nederland te waarborgen is langdurig opslagvermogen nodig: gasbuffers kunnen helpen om tekorten in de energievoorziening te voorkomen. Daarnaast zijn strategische noodvoorraden nodig om ons weerbaar te maken bij langdurige uitval in crisissituaties.
Om dit alles goed te laten landen, stemmen de netbeheerders vroegtijdig af met het Rijk, regio’s en haven- en industrieclusters over locatiekeuzes, corridors en fasering. Daarmee zorgen zij dat infrastructuur, ruimtegebruik en industriële ontwikkeling in samenhang worden gepland. De rol van de netbeheerders is daarbij niet om keuzes voor de maatschappij te maken, maar om het keuzes en de gevolgen van verschillende scenario’s inzichtelijk te maken, zodat bestuurders en beleidsmakers goed onderbouwde besluiten kunnen nemen.