Slimmer netgebruik wint terrein, maar vraag naar transportcapaciteit groeit nog altijd sneller

Steeds meer bedrijven passen hun stroomverbruik aan wanneer het druk is op het elektriciteitsnet. Het aantal afspraken over flexibel gebruik van het net groeit en vertegenwoordigt inmiddels circa 4,4 gigawatt aan flexibel vermogen, waardoor er meer ruimte voor nieuwe gebruikers op de stroomnetten ontstaat. Tegelijk blijft uitbreiding van het elektriciteitsnet hard nodig.

De cijfers uit de Stand van de Uitvoering over de eerste helft van 2026 laten zien dat er op beide fronten stappen gezet worden. Terwijl de vraag naar transportcapaciteit blijft groeien, nemen ook de mogelijkheden voor flexibel gebruik van het stroomnet verder toe.

Hans-Peter Oskam, Algemeen Directeur van Netbeheer Nederland: “We kunnen de groeiende vraag naar transportcapaciteit niet oplossen met alleen meer kabels en stations. We moeten de ruimte die er vandaag al is blijvend beter benutten, naast de continue uitbreiding van het stroomnet. Beide zijn nodig om meer klanten te helpen en woningbouw, economische groei en verduurzaming mogelijk te maken.”

Netbeheerders bouwen door, maar lopen tegen grenzen aan

In de eerste helft van 2026 legden netbeheerders 1.061 kilometer laagspanningskabels aan, plaatsten zij 1.176 transformatorhuisjes en werden 19 buurten volledig verzwaard. Op middenspanning legden netbeheerders 1.041 kilometer kabels aan. Dat is minder dan verwacht.

Beperkte ruimte, vertragingen in de uitvoering en complexe en langdurige procedures remmen daar het tempo. Op hoogspanning zijn in de eerste helft van het jaar 23 projecten afgerond. Ook realiseerden netbeheerders 53.245 nieuwe en 36.479 gewijzigde aansluitingen voor huishoudens en kleine bedrijven.

Volgens Han Slootweg, COO bij netbeheerder Enexis, leveren nieuwe werkwijzen resultaat op, maar gaat verdere versnelling niet vanzelf. “Op het laagspanningsnet zien we dat nieuwe manieren van werken het tempo verhogen. We zetten daarbij ook AI in. Doordat wij op grote schaal investeren in onze laagspanningsnetten, moeten wij veel meer netten ontwerpen dan in het verleden. Wij hebben daarvoor niet voldoende engineers en op de arbeidsmarkt is deze doelgroep schaars. Daarom maken wij het basisnetontwerp met AI. Onze aannemerijpartners werken dit vervolgens zelfstandig uit in een detailontwerp om dit vervolgens uit te voeren.”

Bij grotere projecten blijven ruimte, vergunningen, personeel en materiaal bepalend – of beperkend – voor hoe snel we kunnen bouwen. Gemeenten, provincies en rijksoverheid spelen een cruciale rol door ruimte voor energie-infrastructuur veilig te stellen en procedures te versnellen.

Slootweg: "Alleen als we daar samen voortgang boeken, kunnen we verder versnellen en kan het stroomnet blijven meegroeien met woningbouw en economische ontwikkelingen. Daarom zien we ook graag dat het versnellingspakket voor het hoogspanningsnet zo snel mogelijk wordt uitgebreid met een versnellingsaanpak voor de regionale stroomnetten.”

Meer bedrijven maken afspraken over flexibel stroomgebruik

Een groeiend aantal bedrijven maakt met netbeheerders afspraken om afname of invoeding aan te passen wanneer het druk is op het stroomnet. Het aantal capaciteitssturingscontracten is in de eerste helft van 2026 sterk gegroeid. Ook worden deze contracten daadwerkelijk vaker ingezet.

Op 30 juni waren in heel Nederland 394 contracten voor invoeding en 375 voor afname actief, samen goed voor circa 4,4 GW gecontracteerd flexibel vermogen. Ook nam het aantal contracten met beperkte of stuurbare transportrechten toe, waarbij afnemers of producenten onder voorwaarden gebruikmaken van netcapaciteit.

De groei laat zien dat slimmer netgebruik steeds meer onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. Hierdoor ontstaat op steeds meer plekken ruimte om nieuwe aanvragen mogelijk te maken en meer klanten aan te sluiten. Dit leidt in sommige gebieden al direct tot ruimte, in andere gebieden is nog meer inspanning nodig.

Dat netbeheerders regelmatig moeten bijsturen, laat ook zien dat het stroomnet vaker zijn grenzen bereikt.

Wachtlijsten in beweging, vraag naar vermogen groeit

Bij de regionale netbeheerders stonden op 30 juni 2026 15.498 aanvragen voor afname op de wachtlijst, tegenover 15.154 eind 2025. Samen vragen deze aanvragen om 9.986 megawatt (MW) transportvermogen, tegenover 9.305 MW eind vorig jaar. In totaal zijn er dit eerste half jaar 1.699 aanvragen van de wachtlijst gegaan.

Voor invoeding stonden medio 2026 8.558 aanvragen op de wachtlijst bij de regionale netbeheerders, tegenover 8.612 eind 2025. Het aantal aanvragen daalt daarmee voor het eerst. Tegelijk steeg het gevraagde vermogen van 5.027 naar 5.693 MW. Er staan dus iets minder aanvragen op de wachtlijst, die gezamenlijk meer transportvermogen vragen. Bij TenneT stonden eind juni 205 aanvragen voor afname en 156 voor invoeding op de wachtlijst.

Daarmee is de wachtlijst bij de landelijke netbeheerder kleiner dan eind 2025.

Vanaf 1 juli ook kleinverbruikers op de wachtlijst

Sinds 1 juli komen ook kleinverbruikers op de wachtlijst. Groot- en kleinverbruikers staan daarmee op één integrale wachtlijst en worden volgens het prioriteringskader van de ACM behandeld. De cijfers in deze Stand van de Uitvoering lopen tot en met 30 juni 2026 en bevatten deze kleinverbruikers daarom niet.