Nettarieven 2027 stijgen maar slimme keuzes kunnen stijging remmen

Nederland wil de komende jaren meer woningen bouwen, de economie versterken en minder afhankelijk worden van energie uit het buitenland. Dat vraagt om een energiesysteem dat betrouwbaar, duurzaam en weerbaar is. Netbeheerders investeren daarom fors in nieuwe kabels, stations en verbindingen. Die investeringen zijn nodig, maar ze hebben ook gevolgen: de nettarieven stijgen structureel. 

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) en Netbeheer Nederland laten weten dat de nettarieven van regionale netbeheerders en TenneT in 2027 stijgen. De inkomsten van de netbeheerders worden hiermee meer in lijn gebracht met de sterk gestegen kosten.

Voor huishoudens en bedrijven met een aansluiting op het regionale elektriciteits- en gasnet gaat het gemiddeld om een stijging van ca. 20% voor zowel elektriciteit als gas. Ook voor bedrijven aangesloten bij TenneT geldt een stijging van 20%. Dit is een forse stijging voor huishoudens, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De exacte stijging kan per netbeheerder en per aansluiting verschillen. Voor huishoudens betekent dit gemiddeld ongeveer 12 euro per maand extra (inclusief btw). In december stelt de ACM de definitieve tarieven vast; dan is duidelijk wat huishoudens en bedrijven precies gaan betalen. Gasunie Transport Services heeft in het voorjaar al een stijging van 4,5% gecommuniceerd voor haar tarieven in 2027.

De hogere tarieven komen voort uit de sterk gegroeide opgave voor netbeheerders. De afgelopen jaren is het werkpakket fors toegenomen: nieuwe woningen moeten worden aangesloten, bedrijven willen groeien en verduurzamen, de industrie moet overstappen op schonere energie en de uitstoot van CO₂ moet omlaag. De kosten van netbeheerders zijn daardoor de afgelopen jaren sterk gestegen.

In 2027 valt de tariefstijging hoog uit. Met de start van een nieuwe reguleringsperiode brengt de ACM de toegestane inkomsten van netbeheerders weer in lijn met het actuele kostenniveau dat nodig is om hun maatschappelijke taak te kunnen blijven uitvoeren. De nieuwe reguleringsmethode is in februari overeengekomen tussen ACM, netbeheerders en marktpartijen. Daarnaast worden in de periode 2027-2031 nog tegoeden uit nacalculaties over 2025 en 2026 verrekend.

Gerichte keuzes helpen om de rekening in de toekomst te beheersen
Uit het IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur en FIEN 2026 blijkt dat gerichte keuzes van de overheid de investeringsopgave van €235 miljard tot 2040 met circa €33 miljard kunnen beperken. Dat betekent dat de keuzes die Nederland vandaag maakt, direct van invloed zijn op de nettarieven die huishoudens en bedrijven morgen betalen. Om ruimte te creëren voor woningbouw, economische groei, verduurzaming en energiezekerheid moeten we daarom sneller bouwen wat kan, beter benutten wat er is en gerichter kiezen wat nodig is. Dat vraagt snellere vergunningverlening en duidelijke keuzes over de inzet van onder meer warmtenetten, groen gas, waterstof, CCS en hybride warmtepompen. Daarnaast vraagt een energiesysteem in balans ook voldoende vraagontwikkeling. Als de vraag naar elektriciteit niet meegroeit, bestaat het risico dat we onnodig investeren.

Ook flexibiliteit verlaagt de maatschappelijke kosten
Een belangrijk deel van de oplossing ligt in het slimmer benutten van het bestaande elektriciteitsnet. Wanneer huishoudens, bedrijven en maatschappelijke organisaties hun elektriciteitsverbruik beter afstemmen op de beschikbare ruimte op het net, kan een deel van de noodzakelijke netverzwaring worden uitgesteld of voorkomen. Meer flexibiliteit helpt om pieken in vraag en aanbod af te vlakken en zorgt ervoor dat bestaande infrastructuur efficiënter wordt benut. Daardoor hoeft minder infrastructuur te worden bijgebouwd en blijven de maatschappelijke kosten beperkt.

Flexibiliteit alleen is echter niet voldoende. Nederland zal ook moeten blijven investeren in nieuwe netten en stations. De grootste winst ontstaat wanneer netuitbreiding en flexibiliteit hand in hand gaan.

Politieke keuzes bepalen de kosten van morgen
V
oor huishoudens en bedrijven telt uiteindelijk de totale energierekening. Die wordt bepaald door energieprijzen, belastingen én nettarieven. De keuzes die vandaag worden gemaakt over de inrichting van het energiesysteem bepalen daarom de kosten van morgen.

Juist daarom moeten we bouwen wat kan, beter benutten wat er is en gerichter kiezen wat nodig is. Alleen zo kunnen de noodzakelijke investeringen in het energiesysteem worden gecombineerd met een energierekening die voor huishoudens en bedrijven zo beheersbaar mogelijk blijft.