Uit Net NL: Voor het geval dat…

Uit Net NL: Voor het geval dat…

In Nederland brandt het licht vrijwel altijd. Net zoals zendmasten de signalen van mobiele telefonie bijna altijd keurig doorgeven en betaalsystemen financiële transacties bijna altijd feilloos afhandelen. Maar heel soms even niet, omdat de stroomvoorziening is uitgevallen. En daar is Nederland onvoldoende op voorbereid, vindt Agentschap Telecom. 

 

Agentschap Telecom is een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat Nederland niet alleen bewuster wil maken van de afhankelijkheid van telecommunicatie, maar ook weerbaarder door burgers voor te houden wat ze beter wel en niet kunnen doen. ‘Handelingsperspectief bieden’, noemt het Agentschap dat. In het kader van hun programma ‘Telekwetsbaarheid’ liet het Agentschap onderzoeken in hoeverre Nederlandse huishoudens zijn voorbereid op uitval van telecommunicatie als gevolg van stroomstoringen. ‘Onvoldoende’, zo luidde de conclusie dit voorjaar.

Halve Randstad lam gelegd

Heel verrassend is die conclusie niet. De afgelopen jaren zijn er meerdere situaties geweest waaruit die gebrekkige voorbereiding bleek. Denk maar aan de stroomstoring van januari 2017. Kortsluiting in het Amsterdamse hoogspanningsstation Hemweg veroorzaakte toen ’s ochtends vroeg een storing waardoor niet alleen 365.000 adressen in Amsterdam geen stroom meer hadden, maar het halve openbare leven in de Randstad werd lam gelegd. Op de wegen ontstond een verkeersinfarct doordat verkeerslichten, toeritdoseringen en spitsstrook-aanduidingen niet meer werkten. Het treinverkeer kwam in een groot deel van Nederland stil te liggen doordat de Amsterdamse storing een Murphy’s law-situatie ontketende bij de ProRail-verkeersleiding in Utrecht. Winkels sloten hun deuren omdat PIN-betalingen niet mogelijk waren. 112-bellers moesten een lange adem hebben: het duurde soms meer dan 10 minuten voordat ze iemand aan de lijn kregen. Mobiele bellers met een noodgeval hadden al helemaal pech, want net als in 2015 – bij de grote ‘Diemen-stroomstoring’ – vielen de mobiele telefoonnetwerken na een tijdje uit: de noodbatterijen van de zendmasten raken leeg. Ondanks de wettelijke verplichting voor telecomaanbieders om bereikbaarheid van 112 te garanderen, bleek dat ook nu een probleem. Terwijl TenneT het Hemweg-euvel al binnen twee uur had verholpen, duurde het die 17e januari nog de hele dag en avond voordat de Randstad weer een beetje normaal draaide.

‘De zekerheid van de stroom­voorziening is tegelijker­tijd een kwetsbaarheid’

Keerzijde

Die grote Amsterdamse stroomstoring, maar ook kleinere, recente incidenten, laten zien dat Nederland en de Nederlanders er eigenlijk klakkeloos vanuit gaan dat de stroomvoorziening altijd feilloos werkt. Heel raar is dat niet, want die werkt ook bijna altijd feilloos. In 2017 zat het gemiddelde Nederlandse huishouden nog geen half uur zonder stroom: 24,4 minuten om precies te zijn. Daarmee was 2017 geen uitzonderlijk goed of slecht jaar; het cijfer schommelt al jaren tussen de 20 en 30 minuten per jaar. Het Nederlandse energienet behoort al jarenlang tot de betrouwbaarste ter wereld, met een beschikbaarheidspercentage van 99,995 %. Maar dat heeft dus ook een keerzijde. “De zekerheid van de stroomvoorziening is tegelijkertijd een kwetsbaarheid: omdat iedereen ervan uit gaat dat er altijd stroom is, is de Nederlandse maatschappij er totaal van afhankelijk. Niet voor niets is een stroomstoring met alle gevolgen – na een grote overstroming en een grieppandemie, en ver voor een cyberaanval – de meest ingrijpende ramp die dit land kan treffen, zo schat de rijksoverheid”, schreven NRC-journalisten Derk Stokmans en Hugo Logtenberg in een analyse van de Hemweg-storing.

Of Nederland daar lering uit trekt en zich beter voorbereidt op stroomuitval? Dat is twijfelachtig. Agentschap Telecom signaleert in elk geval nog geen groot urgentiegevoel. “Nederlandse huishoudens hebben relatief weinig motivatie om de gevolgen van stroomstoringen op telecommunicatiediensten thuis effectief te verminderen, omdat de gemiddelde duur en frequentie van een stroomstoring zeer laag is en de gevolgen als zeer beperkt gezien worden”, aldus het onderzoeksrapport.

Nieuwe energierealiteit

Het is niet ondenkbaar dat dat urgentiegevoel vanzelf zal aanwakkeren door de ‘nieuwe energierealiteit’. De komende jaren krijgen duurzame energiebronnen een steeds groter aandeel in de energiemix en schakelen steeds meer huishoudens over op elektrische auto’s en warmtepompen. Dat is goed nieuws voor het klimaat, maar niet per se voor het energienet. De nieuwe energierealiteit betekent namelijk dat de pieken in zowel aanbod van als vraag naar elektriciteit veel groter worden. Het is niet uitgesloten dat die pieken zo groot worden dat die op bepaalde plekken voor problemen kunnen zorgen in het energienet. Een paar jaar geleden al, tijdens een geregisseerde praktijkproef, lukte het de bewoners van een wijk in Lochem om het net plat te krijgen door een enorme piek te creëren in de vraag naar stroom. Daarvoor moesten ze wel tegelijkertijd al hun elektrische auto’s inpluggen en een bizarre hoeveelheid ovens, waterkokers, föhns en andere stroom slurpende apparaten inschakelen, maar toch: op wijkniveau bezweek het net.

Geen drama

Natuurlijk doen de netbeheerders er alles aan om die situaties te voorkomen, zowel in de vorm van technische netaanpassingen als (al dan niet geautomatiseerde) sturing van vraag- en aanbod van elektriciteit. Heel letterlijk hoeft de waarschuwing van energietransitie-analist Marc Blom nog niet genomen te worden, dat “ons energienet verandert van een van de beste ter wereld in een drama” (bron: Financieele Dagblad, 28/05). Maar het is een feit dat netbeheer steeds ingewikkelder wordt en dat het zaak is om, zoals Blom bepleit, tijdig maatregelen te nemen – mede om de (netaanpassings)kosten aanvaardbaar te houden. Het is best een puzzel om te voorkomen dat netbeperkingen ervoor zorgen dat Agentschap Telecom over een paar jaar concludeert dat Nederlanders wél heel goed zijn voorbereid op stroomstoringen, doordat ze er inmiddels zo veel ervaring mee hebben. Als de politiek, de netbeheerders en andere belangrijke spelers in het energiesysteem het slim aanpakken, hoeft Nederland dat soort wake up calls niet mee te maken. Niettemin steunen de netbeheerders de aanbevelingen van Agentschap Telecom van harte. Netbeheerders doen er alles aan om de netten goed te laten functioneren, maar storingen zijn niet helemaal uit te sluiten – en  zo’n storing komt nooit gelegen. Het kan dus geen kwaad als Nederland zich beter voorbereidt.’

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: