Uit Net NL#32: Eén blik, één stem

Hoeveel waardering hij ook heeft voor het werk van zijn voorganger, hij is níet aangetreden om in diens voetsporen te treden, zegt hij meteen aan het begin van het gesprek. Dick Weiffenbach is in meerdere opzichten ‘de nieuwe directeur’ van Netbeheer Nederland. Een kennismaking. 

Uitgebreide werkveldverkenningen en maandenlange kennismakingsrondes lijken niet aan hem besteed. Zijn eerste honderd dagen zitten er amper op of Weiffenbach is al volop bezig met de inhoud, in de vorm van een strategische heroriëntatie op de belangrijkste netbeheerdersthema’s voor de komende jaren. Niks rustig inwerken, maar vol aan de bak met de essenties van de sector. “Ik heb de opdracht gekregen om een paar dingen naar een hoger plan te tillen”, zo verklaart Weiffenbach zijn weinig bedeesde start. “De netbeheerders moeten meer profiel krijgen. Dat lukt alleen als we met één blik kijken en met één stem spreken. Want als we dat niet doen, is het risico vrij groot dat onze stem überhaupt niet wordt gehoord. En daarvoor spelen we een te belangrijke rol in de energietransitie.”

Uit Net NL#32: Eén blik, één stem

Zijn de netbeheerders niet veel te verschillend om tot één gedeelde visie te kunnen komen – Westland Infra is toch geen TenneT, en andersom?

“Elke netbeheerder is uniek, ja. Maar dat neemt niet weg dat we met de grote thema’s heus wel op hetzelfde spoor zitten. Als de uitgangspunten gelijk zijn, is het geen probleem als de netbeheerders de thema’s op hun eigen wijze inkleuren. Maar het moet niet andersom zijn; dat de individuele inkleuring leidend is voor de boodschap die we naar buiten afgeven. Netbeheerders moeten een kloppend totaalplaatje laten zien. Als wij een beeld presenteren waarin samenhang lijkt te ontbreken, dan is het natuurlijk niet zo gek dat instanties daar niet op durven bouwen en hun eigen plan trekken.”

Dat klinkt alsof de netbeheerders de knop behoorlijk moeten omzetten.

“Tot voor kort waren de netbeheerders inderdaad zeer zelfstandige organisaties, die erg gewend waren alles naar eigen inzicht en op hun eigen manier te doen. Het is misschien even wennen om vanuit het totaalplaatje te denken, maar de verschuiving is al voelbaar: elke netbeheerder ziet wel dat we samen veel krachtiger zijn dan ieder voor zich. En als we dat totaalplaatje een beetje goed aanpakken, dan hebben we meteen ook een mooie agenda voor ons gesprek bij de overheid. Want die neigt er ook nogal naar om dingen versnipperd te bekijken, terwijl voor een goede regie van de energietransitie juist het tegenovergestelde vereist is.”

En je vindt dat de overheid die regierol heeft, niet de netbeheerders?

“Klopt. Ik ben daar heel principieel in: de netbeheerders zijn níet de regisseur. De energietransitie is een democratisch proces dat een democratische legitimiteit moet hebben. De regering is aan zet – maar dan moet de regering die stappen ook wel zetten, want als netbeheerders komen we heel erg in de problemen als ze uitblijven.

In plaats van de regierol zie ik voor ons netbeheerders een belangrijke gidsfunctie weggelegd; de rol van vertrouwde partij die aangeeft welke richting verstandig is, en om welke redenen. Dat vereist totale transparantie van onze kant, want een gids kan zich niet permitteren om de kaarten tegen de borst te houden en toch de weg te wijzen. Maar ik merk dat iedereen er wel voor is om meer transparantie te bieden, zeker als dat betekent dat het onze vertrouwenspositie versterkt.”

‘Hoe groots of geweldig we onszelf ook vinden, uiteindelijk draait het alleen om dat kleine blauwe stipje’

Verdienen de netbeheerders in hun gidsfunctie niet meer vertrouwen, bijvoorbeeld met speelruimte qua wettelijke kaders?

“Dat denk ik wel. Het huidige reguleringskader is sterk achterhaald en knelt soms. Gelukkig wordt wel onderkend dat het een bottleneck is voor het energiesysteem van de toekomst, en zijn allerlei nieuwe stukken wetgeving in de maak. De grootste uitdaging, ook bij het vaststellen van onze wettelijke speelruimte, zit natuurlijk in het integrale van het toekomstige energiesysteem. Vroeger was het overzichtelijk; het was óf E óf G (elektriciteit of gas – red.). Maar zo werkt het niet meer. De toekomst vraagt om een ander energiesysteem, met verregaande systeemintegratie, en dus ook andere spelregels. Met hopelijk meer speelruimte voor de netbeheerders.”

Zijpaadje misschien: in hoeverre helpt het de energiesysteemverandering dat we door Covid-19 sowieso met andere ogen naar onze omgeving kijken?

“Ik geloof wel dat het meespeelt. Momenteel wordt iedereen gedwongen uit z’n comfort zone te komen. We zijn allemaal wat onzekerder en staan meer stil bij de waarde der dingen, bij wat er echt toe doet. Daardoor ontstaat naar mijn mening momenteel een soort hernieuwde gemeen-schapszin, met meer gevoel voor de grotere opdrachten waar de mensheid voor staat. Klimaat-verandering is natuurlijk een van die grote opdrachten, en de energietransitie is daar een onderdeel van.”

Verklaart dat waarom jij doet wat je nu doet? Je had ook lekker met vroegpensioen kunnen gaan, zoals gebruikelijk is bij je vorige werkgever.

“Het is de drive om nog iets betekenisvols te doen, ja. Begin dit jaar las ik in The Economist een artikel over ‘the decade of the YOLD, the young old’. Mensen die wel op leeftijd zijn, maar die zich nog jong genoeg voelen om verschil te willen maken. Het deed me denken aan iemand zoals Jan Terlouw, bijna 90 inmiddels. En het onderstreepte dat ik nog helemaal niet wil stoppen. Ik voel me bevoorrecht dat ik na een lange loopbaan waarin ik van alles heb meegemaakt de overstap kan maken naar een publieke rol; dat ik de professionaliteit die het me gebracht heeft nu bij deze taak kan inzetten. Ik ben iemand die vindt dat hart en hoofd heel dicht bij elkaar horen. Dus een rol als deze, waarbij ik m’n hoofd goed kan gebruiken maar ook m’n hart volg, is voor mij wel erg geweldig.”

Waarom heeft dit werk dan zo je hart?

“Mijn belangrijkste inspiratiebron is een beeld van de Voyager I, gemaakt aan de rand van ons zonnestelsel, toen de camera even werd teruggedraaid. Op die opname is de aarde een halve pixel, the pale blue dot. Hoe groots of geweldig we onszelf ook vinden, uiteindelijk draait het alleen om dat kleine blauwe stipje. Dat moeten we koesteren, daarop moeten we zuinig zijn, want als we het verkloten ... er is geen tweede van, voor zover we weten. Corona werpt ons weer terug op het besef dat we hier op die planeet zitten; dat we samen een gemeenschap vormen die voor dat kleine blauwe stipje moet zorgen. En ondanks alle zorgen die de pandemie met zich meebrengt, vind ik dat wel een heel mooi iets. We gaan weer helemaal terug naar ‘waar zijn we van, wat is onze motivatie?’ Mijn taak voor de netbeheerders past daar ook heel erg bij. Want eigenlijk doe ik niets anders dan benadrukken ‘joh, we zijn een gemeenschap samen, dus laten we geen energie verspillen aan allerlei kleine nitty-gritty ruzietjes en meningsverschillen. Laten we uitgaan van de gemeenschapszin - en kijk nou gewoon eens naar het grote verhaal.”

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: