Uit Net NL#28: Op de bres voor bio-diversiteit

Op de bres voor bio-diversiteit

Op de bres voor bio-diversiteit

Afgaand op het gezaghebbende VN-rapport dat vorige maand verscheen, moet de wereld redden wat er te redden valt qua biodiversiteit. Het energienet biedt daar interessante mogelijkheden voor.

Twee jaar geleden besteedde Net NL al aandacht aan de ecologische waarde van het Nederlandse energienet, dat (op land) een areaal bestrijkt dat groter is dan het Nationale Park De Hoge Veluwe. Steeds meer groeit het besef dat de grond waarover of -onder de netverbindingen lopen, van betekenis kan zijn voor de biodiversiteit in ons land. En gelukkig zijn er ook steeds meer initiatieven op dat gebied.

Sinusmaaien

Een bekend voorbeeld is de pilot waarbij TenneT op drie hoogspanningsstations een inheems zaaimengsel zaaide én op een andere manier ging maaien. Tot voor kort werd het groen vier keer per jaar in zijn geheel gemaaid, maar op de pilotstations werd het effect van ‘sinusmaaien’ uitgeprobeerd. Daarbij wordt er in ‘slingers’ gemaaid en blijft een deel van de begroeiing staan. Omdat de patronen van de slingers bij elke maaibeurt anders zijn, ontstaat veel variatie in de begroeiing: sommige stukken worden twee of drie keer per jaar gemaaid, andere hooguit één keer of zelfs helemaal niet. Daardoor ontstaat veel variatie in de begroeiing, die belangrijk is voor insecten. Door het sinusmaaien biedt het terrein altijd wel ergens voedselrijke, bloemrijke delen en plekken waar eitjes, rupsen en poppen kunnen overleven.

De pilot leverde spectaculaire resultaten op: zo’n 58 tot 72 procent van de insecten die de ‘oude’ manier van maaien niet zouden kunnen navertellen, bleken de nieuwe aanpak wél te overleven. Vanwege die goede resultaten heeft TenneT inmiddels besloten om de terreinen bij al haar 462 hoogspanningsstations in Nederland en Duitsland voortaan op deze biodiversiteit-vriendelijke manier te gaan beheren. Tot vreugde van hun pilotpartner, de Vlinderstichting. “Het is indrukwekkend dat relatief kleine aanpassingen zo’n groot effect hebben op de instandhouding van de insectenpopulatie. Dit soort maatregelen zijn cruciaal in de huidige uitdagingen rond behoud van biodiversiteit", aldus Albert Vliegenthart van de Vlinderstichting.

‘We zijn wereldwijd bezig de fundamenten uit te hollen’

Offshore mogelijkheden

Ook op zee blijkt energie-infrastructuur goede mogelijkheden te bieden om de biodiversiteit te vergroten. In de begintijd van offshore wind was daar amper oog voor en ging de aandacht vooral uit naar de ecologische nadelen: de risico’s voor vogels en vleermuizen om tegen de wieken te botsen, de schade voor zeezoogdieren door de herrie van het heien van de fundaties enzovoort. De laatste jaren is veel vooruitgang geboekt met het inperken van die nadelen. Zo blijken ‘bellenschermen’ effectief om zeezoogdieren op (voor hen) veilige afstand te houden tijdens bouwwerkzaamheden en is er veel meer kennis over bijvoorbeeld vogelvriendelijke verlichting van offshore installaties. En een recent voorbeeld: in Eemshaven wordt in de praktijk onderzocht of een ‘trekvogelradar’ bij nadering van een zwerm vogels de turbines kan stilzetten, zónder dat de netbalans wordt verstoord.

Hotspots voor biodiversiteit

De laatste jaren zijn de ecologische onderzoeken rond offshore windparken verbreed naar mogelijke voordelen – met interessante resultaten. Zo concludeerde Wageningen Marine Research in 2017 dat de harde fundamenten van offshore energie-installaties kansen bieden voor natuurversterking. Bijvoorbeeld vanwege het ‘stepping stone effect’. Bepaalde diersoorten verspreiden zich als larve van rif naar rif. Hoe meer riffen er zijn (‘echte’ of in de vorm van de fundamenten van offshore energie-installaties), hoe groter de overlevingskans en verspreiding van dit soort zeeleven. Ook vormen de harde fundamenten in de grotendeels zandige Noordzeebodem letterlijk en figuurlijk belangrijke aanknopingspunten voor schelpdierbanken. En dat zijn hotspots voor biodiversiteit; volgens het Wereld Natuur Fonds (WWF) is de soortenrijkdom er maar liefst 60% hoger dan op aangrenzende zandige gebieden.

Oesterbanken en kraamkamers

Ook in de praktijk blijkt dat offshore energie-infrastructuur waardevol is bij behoud of zelfs verbetering van biodiversiteit. In windpark Gemini ‘plantten’ het WWF en ARK Natuurontwikkeling in mei vorig jaar duizend kilo platte oesters, de inheemse oestersoort die door overbevissing en ziektes amper meer voorkomt in de Noordzee. Het experiment duurt in totaal drie jaar, maar al na drie maanden waren er veelbelovende resultaten te ontdekken. WWF-onderzoeker Emilie Reuchlin: “We zagen gezonde groei en zelfs tekenen van voortplanting. Dat hadden we niet durven hopen. Het is extra mooi omdat niemand dit eerder heeft geprobeerd en we niet zeker wisten of het zou lukken.”

Inmiddels hebben andere partijen ook in andere offshore windparken platte oesters uitgezet (Luchterduinen) of zijn er vergevorderde plannen om dat te gaan doen (Borssele 3+4). Relatief nieuw is dat er ook kunstmatige riffen worden uitgezet in offshore windparken, als ‘kraamkamers’ voor vissen en ander onderwaterleven. In Luchterduinen zijn afgelopen november holle, betonnen bollen geplaatst, de zogenoemde ‘rifballen’. Borssele 1+2 krijgt te zijner tijd metersgrote kunstmatige riffen die specifiek zijn bedoeld voor de Atlantische kabeljauw, maar die naar verwachting ook een goede thuisbasis vormen voor andere, kleinere vissoorten.

Hand in hand

Dat offshore windparken zo’n gunstige omgeving vormen voor initiatieven om de biodiversiteit te versterken, heeft ook te maken met het feit dat daar beperkingen gelden voor de visserij: vanwege de risico’s op beschadiging van de verbindingskabels zijn sleepnetten niet toegestaan. Dat is goed nieuws voor het zeebodemleven, dat in de offshore windparken ongestoorder kan leven dan erbuiten. De visserijsector is er echter minder blij mee, zeker omdat offshore wind waarschijnlijk nog flink gaat groeien – sommige toekomstscenario’s hebben het zelfs over een ruimtebeslag van 27% Nationaal Continentaal Plat (NCP) in 2050. Tegelijkertijd heeft óók de visserij belang bij het bewaken van de biodiversiteit. Daarom wordt nu onderzocht of in offshore windparken andere, ‘verantwoorde’ vormen van visserij mogelijk zijn. Te denken valt aan pot- en kooivisserij op Noordzeekrabben en kreeften. Er wordt al gesproken over het ‘restocken’ van kreeften, een innovatieve manier om jonge kreeftjes door de meest kwetsbare levensfase te helpen en ze daarna weer uit te zetten. Ook commerciële zeewierteelt zou een optie kunnen zijn om ecologie, economie en energie hand in hand te laten gaan.

Lichtpuntje

De initiatieven om energie-infrastructuren op land en zee te benutten voor biodiversiteit, staan nog in de kinderschoenen. Maar ze zijn veelbelovend. Dat is een belangrijk lichtpuntje in deze tijd, waarin het eerdergenoemde VN-rapport op niet mis te verstane wijze waarschuwt dat de biodiversiteit wereldwijd in ongekend snel tempo achteruitgaat. Volgens de VN is bijna de helft van alle ecosystemen op land en in zee ernstig aangetast door menselijk handelen. Een serieus maatschappelijk probleem, want: “we zijn wereldwijd bezig de fundamenten uit te hollen van economie, levensonderhoud, voedselzekerheid, gezondheid en kwaliteit van leven”, aldus een van de honderden onderzoekers die meewerkten aan het rapport. Netbeheerders zijn nu al bezig om, binnen hun mogelijkheden, die situatie te veranderen en netbeheer natuurinclusiever te maken. Hopelijk verruimen die (financiële) mogelijkheden snel (zie kader ‘Eerder in Net NL’, red.). Want aan goede wil ontbreekt het niet.

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: