Uit Net NL#27: Omdat 2030 al morgen is...

Omdat 2030 al morgen is...

Omdat 2030 al morgen is...

 

 Het blijft wat ongemakkelijk: berichten over duurzame initiatieven die niet tijdig kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit valt te voorkomen door intensieve samenwerking en ver vooruitkijken van alle betrokkenen. Dat gaat niet vanzelf, maar regionale netbeheerders hebben voldoende voorbeelden die laten zien hoe het wél kan.

Bij Stadskanaal vervijfvoudigden netbeheerders de afgelopen jaren het elektriciteitsnet. Het was bij lange na niet genoeg; in een paar jaar tijd werd de vraag niet vijf, maar dertig keer groter. Met dat voorbeeld onderstreepte Marc van der Linden, voorzitter van Netbeheer Nederland en CEO van Stedin, begin april nog eens bij de Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat dat de voorspelbaarheid van de vraag naar infrastructuur verbeterd moet worden. Dat kan, stelt Van der Linden, door plannen te maken die verder in de toekomst reiken dan nu vaak het geval is. Knelpunten en netverzwaringen kunnen beperkt blijven door slimmer om te gaan met het huidige net en planmatig te werken (zie kader).

Mooi voorbeeld

Voor Lennard Seriese, gebiedsregisseur Eergietransitie bij Stedin, is de verduurzaming van Goeree-Overflakkee een mooi voorbeeld van planmatig vooruitzien. Zo’n tien jaar geleden was hij bij dat project betrokken als beleidsadviseur Duurzaamheid van die gemeente. De plannen van toen worden nu uitgevoerd: koning Willem-Alexander opende 15 mei jl. windpark Krammer, tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland, waarmee de productiecapaciteit van het eiland met 102 MW is toegenomen. Het windpark is een initiatief van burgerwindcoöperaties Deltawind en Zeeuwind, volgens de RVO het grootste burgerinitiatief van Nederland.

Tien jaar geleden zag de situatie er nog heel anders uit. Seriese: “De infrastructuur was toen onderbemeten, er waren veel stroomstoringen. Het net kon de aansluitingen van zonnepanelen en het wisselend energieverbruik door de seizoenstoestroom van toeristen niet aan. Stedin is daarom gestart met een groot investeringsprogramma om de kwaliteit op orde te brengen. Gaandeweg dat proces werd het eiland door het ministerie en de provincie aangewezen voor grootschalige windenergie. Dat was voor de gemeente het moment om te zeggen: nu moet er een brede energiestrategie komen voor besparing, de opwek met wind, zon en waterkracht, waterstof en mobiliteit.”

‘Je blijft investerings-hobbels tegenkomen omdat zon en wind hun eigen ontwikkeltempo hebben. Bovendien ben je nooit klaar met verduurzamen’

Infrastructurele uitdaging

De gemeente nam destijds het initiatief om het plan op te stellen voor, wat Seriese noemt, een ‘overzichtelijk speelveld’ zoals het eiland. Daarbij vond afstemming plaats met onder andere de provincie, Stedin, Nuon en Eneco, energiecoöperatie Deltawind, bewoners en agrariërs. “Stedin investeerde 150 miljoen euro,” vertelt Seriese, “en nam de nieuwe netinfrastructuur voor het eiland voor zijn rekening. Dat deed Stedin in overleg met TenneT, want die moest voor het windpark Krammer een nieuw 150 kV-station bouwen. De gemeente zag daarmee zijn kans schoon om de ambities voor duurzame opwek flink te verhogen. In totaal is er 450 MW duurzaam opgesteld vermogen gepland, een enorme overproductie: het eiland zelf verbruikt maar een tiende van dat piekvermogen. Dat geeft de infrastructurele uitdaging ook meteen goed weer.”

Door de gezamenlijke aanpak is het aansluiten van al dat duurzaam vermogen volgens Seriese geen probleem. “Maar,” stelt hij, “je blijft investeringshobbels tegenkomen omdat zon en wind hun eigen ontwikkeltempo hebben. Bovendien ben je nooit klaar met verduurzamen. Het eiland wekt voor 300.000 huishoudens groene energie op. Een fantastische prestatie, maar de vraag is nu hoe je dat kunt teruggeven aan de bewoners, anders dan door deelname in een energiecollectief. Op microniveau werkt Stedin nu samen met gemeente en provincie aan een waterstofpilot in de gebouwde omgeving. Daarmee onderzoeken we of we het systeem zo kunnen inrichten dat de bewoners lokaal nog meer profijt hebben van de opwek met zon en wind.”

Patstelling doorbreken

Op Goeree-Overflakkee is in de planfase ook onderzoek gedaan of netverzwaring vermeden kon worden met opslag of conversie van de elektriciteit. De oplossingen waren toen nog te duur. Seriese is van mening dat netbeheerders meer moeten doen om die patstelling te doorbreken. “Soms zijn markten nog niet volwassen, maar zijn er lokaal wel oplossingen mogelijk. Opslag in accu’s of conversie kan uitkomst bieden bij grote boerderijen bijvoorbeeld, maar ook voor een wijk. Dat hoeft niet te betekenen dat netbeheerders dit allemaal zelf gaan doen (wettelijk mag dat ook niet zomaar, red.), maar wel dat ze de juiste partners erbij betrekken. Ik denk dat netbeheerders daarin ondernemender moeten worden, want dat is de enige manier om die markten op gang te helpen.”

Stedins gebiedsregisseur heeft ook een nuchtere kijk op de aarzeling om plannen vast te leggen voor verduurzaming in de verre toekomst. Seriese: “Ik snap wel dat het moeilijk is om bijvoorbeeld twintig jaar vooruit te kijken. Veel initiatieven worden nu gesteund met overheidssubsidie en als die vervalt, dan kunnen projecten misschien niet uitgevoerd worden. Maar de energietransitie is een enorme opgave die we alleen halen als we de plannen uitvoeren die we nu opstellen – met of zonder subsidie. Dan kan het vermogen in een bepaald gebied nog altijd 50 of 100 MW hoger of lager uitpakken, maar ik denk dat we dat moeten zien als een acceptabele onzekerheidsmarge.”

‘We worden nu op elk niveau gevraagd om mee te denken over energieplannen. Dat was voorheen zeker niet zo’

Positie verbeterd

Stuurgroepen, kernteams, denktanks: in het werkgebied van Enexis Netbeheer zitten de medewerkers van Daphne Verreth, Manager Energietransitie en Netwerken van Enexis Netbeheer, overal en op elk niveau aan tafel om mee te praten over plannen voor de warmtetransitie en de Regionale Energie Strategieën (RES). Verreth ziet dat de positie van de netbeheerders in relatief korte tijd sterk is verbeterd: “We worden nu gevraagd om hierover mee te denken, dat was voorheen zeker niet zo.”

Een sterk voorbeeld van goede afstemming is volgens Verreth de verduurzaming van de A16. Het plan om windmolens met een totaalvermogen van 100 MW te plaatsen langs de snelweg tussen Moerdijk en Hazeldonk werd opgesteld door de provincie, in samenwerking met gemeenten, stichtingen, wijk- en dorps-raden, Rijkswaterstaat, Enexis Netbeheer en ontwikkelaars. Verreth: “Het huidige plan is gebaseerd op de aanwezige infrastructuur. Maar we hebben ook onderzocht wat er nodig is om de duurzame opwek daar in de toekomst uit te breiden. We zijn nu zover dat we het daadwerkelijk kunnen gaan uitvoeren.”

In Eemshaven ziet Enexis Netbeheer-collega Jur Hofsteenge, Projectmanager Klant en Markt, dat ver vooruit plannen loont. Hofsteenge: “Voor dat gebied was in het verleden de Rijkscoördinatieregeling voor wind van kracht (waarin besluiten en vergunningen gelijktijdig ter inspraak worden voorgelegd, red.). Dat heeft ervoor gezorgd dat we tijdig konden beginnen met de uitbreiding van onze netten en stations. In overleg met de provincie en Groningen Seaports bouwen we er nu ook nog aan een nieuw station. De netuitbreiding loopt daar goed in de pas met de bouw van de windparken.”

Belangrijk: concrete plannen

Regionale Energie Strategieën richten zich op 2030, maar Daphne Verreth ziet dat sommige provincies ook verder in de toekomst kijken. Verreth: “Overijssel pakt de RES en de visie voor de warmtetransitie parallel aan en plant tot 2050. Groningen en Drenthe doen samen met TenneT, Gasunie en Enexis Netbeheer systeemstudies die alle mogelijke scenario’s voor de transitie in beeld brengen. Daaruit wordt ook duidelijk wat die scenario’s betekenen voor de infrastructuur.”

Of de provinciale en regionale transitieplannen infrastructurele hobbels in de toekomst volledig uitbannen, durft Verreth nog niet te zeggen. “We zien dat een RES zich soms vooral richt op duurzame opwek. We wijzen er dan op dat de laadinfrastructuur voor mobiliteit niet vergeten moet worden. Anders krijgen we daar later weer discussie over. We vragen vooral ook om zo concreet mogelijk te worden in de plannen. Die boodschap is erg belangrijk. Ik merk vaak dat er vlekkenkaarten ontstaan, waarop de verduurzaming dus grofmazig is aangegeven. Maar de vlekken zijn dan dermate groot dat wij er geen infrastructuur voor kunnen ontwerpen. Daarvoor moeten de plannen echt gedetailleerder worden, zodat we voldoende zicht krijgen op welke locaties, in welke omvang en met welk tempo verduurzaming plaatsvindt.”

Dat het een lastige opdracht is onderschrijft Verreth, maar de aanpak in Overijssel laat volgens haar zien dat het wél kan. “Gemeenten stellen daar in twee dagen een warmtetransitievisie op. Ze noemen het ‘sprintsessies’, waarbij ambtenaren, externe deskundigen, wethouders en andere betrokkenen samenwerken. In twee dagen ligt er dan een conceptplan met de mogelijkheden voor verduurzaming van de wijken en grootschalige opwek. Inclusief afweging van kosten en baten en oplossingen als een warmtenet of groen gas. Die sessies laten goed zien dat er ook vaart gemaakt kan worden.”

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: