Afstand van aardgas (en het net?)

Klimaatakkoord is uitgangspunt

Klimaatakkoord is uitgangspunt

In Nederland leven wij met de vanzelfsprekendheid van een verwarmd huis en warm water. Grotendeels is dat dankzij ons uitgebreide en vertakte aardgasnetwerk dat individuele voorzieningen zoals gastanks overbodig maakt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 geen gebruik meer maakt van aardgas in de gebouwde omgeving. Dit Klimaatakkoord is voor de netbeheerders in ons land een glashelder uitgangspunt, dat zij volledig ondersteunen. 

 

Afstand nemen van aardgas doen we weloverwogen en in samenspraak met alle betrokkenen. Netbeheerders zetten hun kennis en informatie in om gemeenten en andere partijen zo goed mogelijk te ondersteunen bij de keuzes voor alternatieve warmte-opties. Tot die gerealiseerd zijn, heeft het gasnet een belangrijke functie en waarde. Waar relevant zal het gasnet waarde kunnen behouden als onderdeel van de duurzame oplossing. 

 

Lokale keuzes

De verduurzaming van de gebouwde omgeving - begint bij de RESsen en de warmtetransitie-visies van gemeenten. Die zullen richting geven aan de keuzes om duurzaam te voorzien in de warmtebehoefte in de gebouwde omgeving. Netbeheerders ondersteunen gemeenten daarbij rechtstreeks, en via publieke initiatieven als het Expertise Centrum Warmte en het Programma Aardgasvrije Wijken. Dat doen zij onder andere door het delen van kennis van energie-infrastructuur, het meedenken over alternatieve warmteoplossingen of het proactief aanbieden doorgerekende scenario’s in combinatie met lokale beleidsvoornemens. 

 

Uitvoeringsplan op wijkniveau

Uitvoeringsplan op wijkniveau

Per wijk zal de oplossing verschillen op basis van type bebouwing, leeftijd van woningen en draagvlak onder bewoners. Gemeenten hebben de taak om in goed overleg met alle lokaal betrokken partijen, waaronder de netbeheerders, te komen tot de beste lokale keuzes. Deze keuzes leggen zij vast in de Transitievisie Warmte, en vervolgens in het Uitvoeringsplan op wijkniveau. Gemeenten hebben in het Klimaatakkoord aangegeven hier ongeveer twee jaar voor nodig te hebben. Wanneer het uitvoeringsplan is vastgesteld, moet rekening worden gehouden met een termijn van acht jaar om alle aanpassingen in de wijk te realiseren, zowel binnenshuis als voor de infrastructuur in de wijk. Enige haast is dus geboden bij het tijdig opstellen van deze plannen. Een simpele rekensom leert namelijk dat we gemiddeld zo’n 400 woningen per dag moeten verduurzamen om de doelstellingen van 2030 te halen.  

 

Drie routes

Algemeen gesteld zijn er drie routes: warmtenetten, volledig elektrische verwarming of verwarming door middel van duurzame gassen, al dan niet met een hybride warmtepomp. Gemeenten starten met het verduurzamen van de wijken waar alternatieven voor aardgas beschikbaar en kostenefficiënt zijn. Welke oplossing geschikt is, ligt aan de lokale situatie. Daarbij geldt dat het in alle gevallen belangrijk is om de woning (verder) te isoleren. Voor de wijken waar een duidelijke oplossing voor alle bewoners beschikbaar is, kan het kostenefficiënt zijn om ook het gasnet te verwijderen. Daarvoor is het nodig dat er ook een wettelijk kader komt waarin de gemeente het mogelijk maakt om op termijn een einddatum te geven voor gebruik van het aardgasnet. 

In de wijken die lastiger te verduurzamen zijn en waarvoor nog geen pasklare oplossing is, zoals oudere wijken en historische binnensteden, kunnen bewoners voorlopig blijven rekenen op de zekerheid van het aardgasnet.

Beschikbaarheid van groen gas en waterstof

Voor een aantal wijken is het aardgasnet in de toekomst ook bruikbaar voor duurzame gassen. De bestaande gasinfrastructuur is nu al grotendeels geschikt voor hernieuwbare gasvormen en kan daarom dienen als een waardevol middel bij het realiseren van een haalbare en betaalbare energietransitie.Woningen kunnen dan verwarmd worden met groen gas of waterstof, al dan niet in combinatie met een hybride warmtepomp. 

 

De ontwikkeling van de productie van groen gas en (groene) waterstof zal uiteindelijk doorslaggevend zijn voor de inzet van de bestaande netten voor het transport van deze duurzame gassen. Ook het Klimaatakkoord signaleert terecht: ‘Het is een enorme opgave om het technisch potentieel van het aanbod daadwerkelijk te ontsluiten, zowel qua aantallen als in de tijd en in de ruimte: innovatie en kostenreductie van (nieuwe) technieken, implementatie, draagvlak en voldoende financiële middelen zijn nodig’. Deze overwegingen spelen een rol in de keuze om het (aard)gasnet op bepaalde plekken al dan niet te behouden.