Veiligheid

De Nederlandse energienetten behoren tot de best presterende netten ter wereld. De netbeheerders doen er alles aan om dit zo te houden en – waar mogelijk – de veiligheid verder te verhogen. In de bedrijfsvoering zijn talloze waarborgen ingebouwd. Het gaat hierbij om veiligheid voor de omgeving, veiligheid bij werkzaamheden (Arbo) en een veilig gebruik van energie.

Veiligheid voor de omgeving

Netbeheerders borgen de veiligheid voor de omgeving op allerlei manieren, zoals:

  • aanleg van netten volgens hoogstaande normen,
  • toepassing van materialen en onderdelen met keurmerk,
  • bijdragen aan het up-to-date houden van keuringseisen,
  • het treffen van beheermaatregelen zoals repareren, vervangen, lekzoeken, tracé-inspectie, conditie onderzoek, etc.,
  • toepassing van veiligheid- en kwaliteitssystemen,
  • registratie en analyse van storingen en ongevallen,
  • het stimuleren van de juiste veiligheidscultuur,
  • het reduceren van graafschades.

 

Veiligheid in huis

Particulieren en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van toestellen en installaties in hun eigen pand. Maar netbeheerders zijn wel actief om de veiligheid van het gebruik van elektriciteit en gas in woningen en bedrijven te bevorderen. Op www.energieveilig.nl ​geven netbeheerders bijvoorbeeld informatie over het (on)veilig gebruik van energie.

 

Convenanten met veiligheidsregio’s

Het energienet behoort tot de vitale infrastructuur van Nederland. Energie is soms letterlijk van levensbelang. Om die reden is het noodzakelijk om goed voorbereid te zijn op eventuele calamiteiten die zich bij het gas- en elektriciteitsnet kunnen voordoen. Bij een calamiteit kan het van belang zijn dat de elektriciteit en/of het gas tijdelijk wordt afgeschakeld om erger te voorkomen. Het is in dat geval van belang dat de energievoorziening weer zo snel mogelijk wordt ingeschakeld als de situatie dat toelaat. 

Netbeheer Nederland sluit namens de netbeheerders convenanten met de politie en de veiligheidsregio’s. Het convenant is een landelijke, uniforme basis voor regionale samenwerkingsafspraken en informatie-uitwisseling over rampenbestrijding en crisisbeheersing. In het convenant staan afspraken over de taak en de rol van netbeheerders, over melding en alarmering, leiding en coördinatie, veiligheid en informatiemanagement, gezamenlijk oefenen, risico- en crisiscommunicatie en het evalueren van incidenten. Doel is om rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden.