Netcapaciteit

Het elektriciteitsnet in ons land is robuust en kent een grote betrouwbaarheid. Toch staat de capaciteit van het elektriciteitsnet onder druk. Ons energiesysteem maakt een revolutionaire ontwikkeling door, waarbij de netten – de ruggengraat van het energiesysteem – geheel anders benut worden. De snelgroeiende vraag naar transportcapaciteit levert in bepaalde delen van ons land een wachtrij op van gebruikers, die niet allemaal tegelijk toegelaten kunnen worden op het net.

Congestie in het elektriciteitsnet ontstaat onder andere in landelijke, dunbevolkte gebieden, waar van oudsher relatief weinig afname is van elektriciteit. Het net, ooit aangelegd op basis van een voorspelbaar productie- en afname-model, is juist in die landelijke gebieden niet berekend op grote pieken. Grootschalige zonneparken – een ontwikkeling van de laatste jaren – die zich juist in de dunbevolkte gebieden willen vestigen (goedkope grond en ruimte), doen een groot beroep op het net bij het transporteren van de pieken in opgewekte zonnestroom. Zeker als er in een regio meerdere grote producenten van duurzame energie op het net willen, levert dat het risico op van overbelasting.

Daarnaast speelt in andere regio’s het omgekeerde probleem waar door de snel groeiende vraag naar datacentra en de elektrificatie van de industrie de netbeheerders niet snel genoeg het net kunnen verzwaren om te voldoen aan alle vraag die er is.

 

Snelle ontwikkeling zon

In de periode van grootschalige subsidies op duurzame energieproductie – vanaf 2013 – was de algemene verwachting dat er vooral veel windmolens op land (en op zee) gebouwd zouden worden. Ook werd de verwerking van biomassa (in energiecentrales) gesubsidieerd. Bij zonne-energie dacht iedereen nog aan zonnepanelen op daken; grote zonneparken waren nog onbekend in ons land. In dat scenario was de aanpassing van het elektriciteitsnet al een uitdaging, maar wel een overzichtelijke uitdaging; planning en aanleg van een windmolenpark ging ongeveer gelijk op met de verzwaring van het ondergrondse net en het aanleggen van bovengrondse voorzieningen.

In 2016 veranderde er iets drastisch: de biomassa verdween uit de subsidieregeling, en wind op land bleek lastig te realiseren door verminderend draagvlak. Ondertussen werd de subsidie verdubbeld (SDE+) en daalde de prijs van zonnepanelen enorm. Daarmee werd het aanleggen van grote zonneparken een aantrekkelijk businessmodel; alle prognoses en scenario’s werden ingehaald.

 

Te snel en op onvoorspelbare locaties

De snelheid waarmee een zonnepark verrijst en de onvoorspelbaarheid van de exacte locatie in landelijke gebieden, stelt de netbeheerder voor problemen. Het ontbreekt aan tijd en menskracht om de netten snel genoeg te kunnen aanpassen voor alle nieuwe grote gebruikers – zowel producenten als afnemers.  In regio’s waar daadwerkelijk knelpunten ontstaan, geldt sinds 1 oktober 2019 de zogeheten transportindicatie. Wie gebruik wil maken van de nieuwe SDE+ subsidies, moet een transportindicatie kunnen overleggen. Op de websites van de regionale netbeheerders is op kaartjes van het verzorgingsgebied te zien waar dit helaas voorlopig niet mogelijk is.

 

Oplossingen

Netbeheer Nederland spant zich met alle netbeheerders in om ook via andere wet- en regelgeving de netcapaciteit slimmer te benutten. Wanneer netbeheerders de mogelijkheden krijgen om bijvoorbeeld opslag te realiseren bij grootschalige zonneparken of om productie en afname meer zelf te kunnen ‘regisseren’, zijn er minder kostbare en tijdrovende investeringen in de netten nodig.

Ook wil Netbeheer Nederland de bekostiging van de netten aan de orde stellen; die is nu nog gebaseerd op het ‘ouderwetse’ model, waarbij de afnemers van energie betalen voor het transport.

 

Meer lezen: