Netwerkbedrijven blij met politieke steun voor warmtenetten, maar missen financiële dekking

Warmtenetten spelen een belangrijke rol in het integrale energiesysteem. Ze verduurzamen de warmtevoorziening met energie van eigen bodem en kunnen netcongestieverzachtend werken. De opschaling van collectieve warmte valt of staat met het aantrekkelijk maken van de overstap voor bewoners. Hoewel het kabinet dit erkent in de recent gepubliceerde Kamerbrief, vragen netwerkbedrijven opnieuw aandacht voor de betaalbaarheid.

Voor netwerkbedrijven spelen warmtenetten een belangrijke rol in het toekomstbestendig verduurzamen van de gebouwde omgeving. Uit onderzoek van CE Delft blijkt dat warmtepompen het jaarlijkse elektriciteitsgebruik én de piekvraag op koude dagen verhogen. Zonder het beoogde aantal warmtenetaansluitingen zal er tot 2040 ruim 1,6 miljard euro extra in het elektriciteitsnet moeten worden geïnvesteerd.

Om gerichter te investeren in een integraal en toekomstbestendig energiesysteem en warmtenetten tijdig te realiseren, hebben netwerkbedrijven duidelijke keuzes nodig van gemeenten in hun warmteprogramma’s. Tegelijkertijd is dit voor veel gemeenten lastig vanwege netcongestie en het ontbreken van belangrijke randvoorwaarden voor warmtenetten. Netwerkbedrijven begrijpen dit, maar roepen daarbij op om waar mogelijk deze keuzes toch te maken.

Netwerkbedrijven steunen daarom de oproep van het kabinet om te beginnen in de wijken waar voor gemeenten nu al duidelijk is dat collectieve warmte de robuuste keuze is. Dit geldt ook voor projecten zoals WarmtelinQ. Uit een recente studie blijkt immers dat de inzet van warmte uit WarmtelinQ, vergeleken met alternatieven zoals geothermie, buurtwarmtepompen en elektrische en hybride warmtepompen, hier de beste optie is voor bestaande woningen. Het vermindert de druk op het elektriciteitsnet, de techniek is direct toepasbaar en de ruimtelijke impact is beperkt.

Met publieke warmte investeren we in onze weerbaarheid

Het kabinet erkent dat de opschaling van warmtenetten valt of staat met het aantrekkelijk maken van de overstap voor bewoners. Netwerkbedrijven zijn daarom blij met de aangekondigde waarborgregeling, de WIS 2.0 en de keuze om subsidies in de toekomst meer te clusteren. Organisatorisch worden er belangrijke stappen gezet, maar er worden geen extra middelen vrij gemaakt om warmtenetten écht van de grond te krijgen.

Netwerkbedrijven pleiten ervoor om alsnog voor financiële dekking te zorgen omdat dit noodzakelijk is voor een snelle opschaling en we hiermee investeren in onze eigen economie en weerbaarheid. Warmtenetten worden immers aangelegd door Nederlandse publieke warmtebedrijven en maken gebruik van lokale bronnen. Bovendien blijkt uit onderzoek van Ecorys dat een efficiënte uitrol van warmtenetten de maatschappelijke kosten van de warmtetransitie verlaagt.

De cruciale randvoorwaarden ontbreken

Het kabinet zet waardevolle stappen, maar de cruciale financiële randvoorwaarden ontbreken nog. Om de potentie van warmtenetten te realiseren zijn drie zaken noodzakelijk: structurele financiering, een robuuste invulling van de waarborgregeling en snelle duidelijkheid over de werkwijze van de kostengebaseerde tarieven, met blijvende borging van de betaalbaarheid voor huishoudens.

Netwerkbedrijven vragen de politiek daarom nu om boter bij de vis te doen. 1 januari 2027 zal de nieuwe warmtewet in werking treden. Om nog op tijd te kunnen opschalen, zodat warmtenetten hun rol in het toekomstig energiesysteem kunnen spelen, is het cruciaal dat alle betrokken partijen dan een vliegende start kunnen maken en dat betekent ook dat de financiële randvoorwaarden op dat moment op orde zullen moeten zijn.