Congres Energiesysteem en Ruimte 2026: lef, samenwerken en van elkaar leren

Woensdag was tweede editie van het congres Energiesysteem en Ruimte. Eén boodschap stond centraal: versnellen in de energietransitie vraagt om lef en actief samenwerken. De praktijkvoorbeelden lieten zien dat het mogelijk is. Er waren ruim 900 medewerkers van overheden, netbeheerders en andere partijen die werken aan het toekomstbestendige energiesysteem.

We moeten versnellen binnen de energietransitie. Dat weten we, maar het vraagt om anders werken: beleidsaanpassingen, inlevingsvermogen en lef. Vooral dat laatste werd benadrukt door Annemiek Hautvast (Programmadirecteur LAN): “Waar de zekerheid eindigt, start de verandering. Dat vraagt om lef en risico's durven te nemen”. Dat bleek ook uit het praktijkvoorbeelden van Gorinchem en Wieringermeer en de vele anderen die tijdens deze dag werden gedeeld. 

Maarten Bijl, regiodirecteur bij Stedin en Mark de Boer-van Houwelingen, wethouder uit Gorinchem vertelden hoe zij om zijn gegaan met de netcongestieproblematiek in de vijf gemeenten Gorinchem, Vijfheerenlanden, Molenlanden, Alblasserwaard en Hardinxveld-Giessendam. Ze moesten over grenzen denken én vooral de samenwerking opzoeken: “Als je het samen aanpakt en de kansen benut, krijg je gewoon zin in het zoeken naar oplossingen.”

Dit anders te werk gaan zag je ook in Wieringermeer. Hier weten ze dat er een 380 kV-station bij komt. De wethouder Robert Leever en gebiedsregisseur Joyce Prins vertelden hoe ze vanuit het Programma Mooi Nederland in werkateliers hebben gewerkt aan de ruimtelijke inpassing.    

Staatsecretaris van Klimaat en Groene Groei, Jo-Annes de Bat gaf aan “We gaan uit van twee zekerheden: verandering van leefomgeving en verandering van altijd beschikbaarheid aan stroom. Stel niet de vraag kan het wel of niet, maar de vraag hoe kan het wel?” Hij is positief over de initiatieven die hij al in het land ziet en stimuleert dit ook.

Alleen samen kunnen we versnellen
Op het congres waren medewerkers op het gebied van energie, duurzaamheid, ruimtelijke ordening, planologie, mobiliteit of gebiedsontwikkeling. Er was een goede balans tussen overheden, netbeheerders en ander partijen in de energiesector en ruimte ordening. Dit zijn de partijen die samen voor versnelling in de energietransitie kunnen zorgen. Maureen van Eijk, kwartiermaker en beoogd directeur Nationaal Programma Energiesysteem: “We bouwen aan zekerheden voor de lange termijn en dat moeten we met elkaar doen.”

Dat kan alleen niet op de manier zoals we nu werken. Het moet anders. Anders denken in je werk, actief samenwerken met elkaar en inleven in elkaars werk. Martha van den Hengel, Directeur Mensen Maken Transitie en Programmamanager Taskforce Elektra, benadrukte dit: “Ga vooraf samen schouwen op locatie, kijk of de straat enkele dagen dicht kan in plaats van langer gedeeltelijk open. En kijk waar standaard beleidsregels anders kunnen, zodat de monteurs sneller door kunnen met de uitvoering.”

Praktijkvoorbeelden tonen aan dat het anders kan
In het hele land zijn er al veel initiatieven op de thema's beter benutten van het net, sneller bouwen, energieplanologie en integraal programmeren van het energiesysteem. Praktijkvoorbeelden en hoe hierin de samenwerking is opgezocht, stond centraal in alle deelsessies. Enkele voorbeelden:

  • In de sessie over ontwerpend onderzoek werd een manier van zoeken naar oplossingen gepresenteerd. In het Westelijk Havengebied in Amsterdam zijn ze aan de slag gegaan met deze methode. Loslaten van heilige huisjes in het proces werkt om verder te komen. De ontwerpen hoeven niet dé oplossing te zijn; het geeft inzichten in de verschillende mogelijkheden.   
  • Tijdens de sessie over energieperspectieven in Gelderland werd gepresenteerd hoe het gesprek over ruimte en energie op provinciale schaal gevoerd kan worden. De prognoses van de netbeheerder en omgevingsvisie van de provincie werden hier met elkaar vergeleken. Dat leidde tot inzicht in waar de match en mismatch tussen energie en ruimte is en hoe daarop gestuurd kan worden. In een interactieve casus konden de deelnemers zelf het gesprek voeren over het ‘energieperspectief’ voor een gebied én met welke instrumenten daar op gestuurd kan worden.
  • Bij de buurtaanpak voor de uitbreiding van het laagspanningsnet deelden Liander en de gemeente Katwijk hun ervaringen over participatie en communicatie met bewoners. Er is een spanningsveld tussen die participatie en de hoeveelheid aan nieuwe elektriciteitshuisjes die geplaatst moeten worden. De gemeente Katwijk en Liander geven beiden aan dat tijdige én transparante communicatie over locatiekeuze begrip creëert. Intensieve participatie is op die manier niet altijd nodig. En dat scheelt tijd.

De komende tijd worden alle initiatieven verzameld binnen de Digitale Samenwerkingskaart Energietransitie. Deze initiatieven hebben betrekking op omgaan met netcongestie, hoe er versneld kan worden bij uitbreiding van het elektriciteitsnet en hoe er ruimte gemaakt kan worden voor energie-infrastructuur.

Deze dag was vooral gericht op de samenwerking tussen netbeheerders en overheden. De uitdagingen rondom het energiesysteem hebben nu vooral betrekking op grootzakelijke klanten, maar komen ook steeds dichterbij huishoudens. We sloten af met het nieuwe publieksverhaal over netcongestie voor huishoudens door communicatieadviseurs Esther Luijk (Ministerie Economische Zaken en Klimaat) en Kelvin Groeneveld (Netbeheer Nederland). Zij nodigden de aanwezigen uit deze beproefde verhaallijn te gebruiken als hulpmiddel om het verder te delen en het gesprek te voeren.

Het congres is georganiseerd door het LAN (Landelijk Actieprogramma Netcongestie) en SP IPE (Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem), samen met partners.