Slimme meter verdient beter (en de klant ook!)

Slimme meter verdient beter (en de klant ook!)

Nu de slimme meter minder energiebesparing blijkt op te leveren dan verwacht, moet de overheid een andere koers varen. Dat is althans het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving. 

Huishoudens met een slimme meter matigen hun energieverbruik minder dan verwacht, was vorige maand de conclusie van een achtergrondstudie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Die conclusie is niet nieuw. Een half jaar geleden constateerde de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hetzelfde, op basis van de consumentenmonitor die elk kwartaal steekproefsgewijs de effecten meet in de ‘uitrolgebieden’ van slimme meters – Net NL besteedde daar in het vorige nummer aandacht aan. Nieuw is wel dat het PBL min of meer stelt dat het zo niet verder kan. In de woorden van het Planbureau: “Om meer bij te dragen aan klimaat- en energiebesparingsdoelen en om de uitrol van de slimme meter kosteneffectief te maken, zal de huidige beleidsstrategie voor de te bereiken energiebesparing als gevolg van de uitrol van de slimme meter opnieuw moeten worden overwogen.” 

Missing link

Dat de slimme meter nog niet zo veel energiebesparing oplevert als gehoopt, komt volgens het PBL vooral doordat de schakel ontbreekt tussen de slimme-metergegevens en de consument: een tool of display die de metergegevens vertaalt naar voor de consument begrijpelijke informatie. Niet dat die nauwelijks in de markt zijn, integendeel: Nederland telt inmiddels tientallen onafhankelijke dienstenaanbieders (ODA’s) die uiteenlopende oplossingen bieden. Hun aanbod is echter vooral gericht op mensen die toch al geïnteresseerd zijn in technologie en/of milieu, niet op de ‘doorsnee Nederlander’, vindt het PBL. Mede daardoor beschikt op dit moment slechts zo’n 15% van de slimme-meterbezitters over een tool om z’n energieverbruik goed te doorgronden en liefst terug te dringen. De overige 85% moet het doen met de tweemaandelijkse verbruiksoverzichten van hun energieleverancier. Die laten volgens de Vereniging Eigen Huis (VEH) nog veel te wensen over. “Er zijn energieleveranciers die alleen een paar basisgegevens verstrekken. Daar kun je, ook met de beste wil van de wereld, niets mee”, stelt VEH-energiewoordvoerder Manon van Essen in de Volkskrant.

In de kramp schieten

Zowel de VEH als het PBL zijn ervan overtuigd dat gebruiksvriendelijke, in-home displays die de consument realtime inzicht geven in z’n energieverbruik, dé manier zijn om het bespaarpotentieel van de slimme meter beter te benutten. Daarmee is het ‘alleen maar’ een kwestie die displays massaal aan de man brengen. Maar hoe? Het PBL schetst drie scenario’s. Het eerste is een ietwat aangepaste voortzetting van het huidige overheidsbeleid, waarbij marktwerking het toverwoord is. Daarin ziet het PBL weinig heil, vanwege de ervaringen tot nu toe. Die mening wordt overigens niet door iedereen gedeeld. De ODA’s vinden bijvoorbeeld dat hun nog bescheiden marktpenetratie vooral komt door de informatie­voorziening over de plaatsing van slimme meters. Die schiet in hun ogen tekort, waardoor het lastig is om de consument op het juiste moment een goede aanbieding te doen. Ook Patrick Lammers, chief commercial officer bij Essent, pleit ervoor om juist wél op de markt te vertrouwen en niet te snel in de kramp te schieten van nieuwe regels en verplichtingen. “De markt is volop bezig met goedkopere, slimmere en meer effectieve methoden dan een extra display. Laat ons dat bewijzen!”, aldus Lammers in een ingezonden brief aan Energeia. Het PBL pleit niettemin voor een koerswijziging. Doorgaan op de huidige voet brengt te grote risico’s met zich mee dat te weinig huishoudens een energieverbruiksmanager aanschaffen, waardoor de landelijke energiebesparing achterblijft en de uitrol van de slimme meter de maatschappij meer kost dan oplevert.

Experimenteren

Dan het tweede scenario. Dat bestaat eruit dat de overheid – naar Brits voorbeeld – de slimme meters standaard voorziet van een eenvoudige display. Het PBL is hier evenmin voorstander van. Dat huishoudens een display krijgen, wil immers nog niet zeggen dat ze ‘m gaan gebruiken – zeker omdat het zou gaan om een eenvoudige display met alleen een aantal basisfuncties. Een ander gevaar is dat consumenten zo’n verplichte display kunnen ervaren als ongewenste overheidsinmenging ‘achter de voordeur’. Verder speelt natuurlijk mee dat de overheid met zo’n beleidswijziging de ODA-markt behoorlijk overhoop zou halen en zich niet bepaald een betrouwbare, stabiele partner zou tonen voor de vele private partijen die een belangrijke rol hebben in de energietransitie.  Daarom ziet het PBL het meeste brood in het derde scenario: “Een reeks gecontroleerde experimenten van private en overheidsbedrijven, waarbij verschillende interfaces (waaronder in-home displays) en verschillende manieren van aanbieden in het veld worden getest op hun effectiviteit voor energiebesparing”, aldus het rapport. Volgens het PBL is dat de beste manier waarop de overheid enerzijds de energiebesparing zo groot mogelijk maakt en anderzijds de markt de ruimte biedt om te blijven innoveren. Namen en rugnummers noemt het PBL daarbij niet; het rapport oppert alleen dat netbeheerders, gemeenten en energieleveranciers samen afspraken kunnen maken over de experimenten. 

Uit het verdomhoekje

Netbeheer Nederland is het met het PBL eens dat de tegenvallende energiebesparing (én de negatieve beeldvorming, zie kader) aanleiding is voor een grondige herbezinning op de uitrol van de slimme meter. Niemand is erbij gebaat als de slimme meter het predicaat ‘mislukking’ krijgt en in het verdomhoekje terecht komt. Daarvoor is de slimme meter te belangrijk voor ons toekomstige energiesysteem. De meter helpt immers niet alleen energie te besparen, maar is ook cruciaal voor de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van het net. Zonder slimme meters geen fijnmazig beeld van de netbelasting, geen snelle signalering van overbelasting of juist overcapaciteit op het net. Ook eventuele vraagsturing via variabele energietarieven kan Nederland wel vergeten als huishoudens hun slimme meter niet inniger omarmen dan nu. Een matige inburgering van de slimme meter gaat ten koste van de mogelijkheden om kostbare netverzwaringen te vermijden, en zorgt dus voor hogere maatschappelijke kosten. 
Natuurlijk speelt de factor tijd ook een rol. De slimme meter en de energieverbruiksmanagers zijn relatief jonge fenomenen, misschien hebben consumenten gewoon een gewenningsperiode nodig? Dat is niet ondenkbaar. Helaas is het geen optie om rustig af te wachten of het vanzelf goed komt. Om de doelen uit het Energieakkoord te kunnen halen is er met energiebesparing geen tijd te verliezen. Ook vanuit het belang van de consument is het not done om nog langer tijd te verspillen met het vergemakkelijken van energiebesparing. 
‘We willen dat de slimme meter een succes wordt, óók in de portemonnee van de klant’

Netbeheerders doen aanbod

Er staan kortom grote maatschappelijke belangen op het spel en de tijdsdruk is fors. Onder die omstandigheden is het geen gekke gedachte om de netbeheerders, als publieke instanties, een grotere rol te geven. André Jurjus, directeur Netbeheer Nederland, maakt duidelijk dat de handen al jeuken. “Vooruitlopend op de politieke discussie die ongetwijfeld zal volgen op dit rapport, doen wij nu al een aanbod aan de Haagse politiek en aan Nederland. Het aanbod om niet alleen slimme meters te plaatsen, maar die ook direct uitleesbaar te maken voor de klant via z’n eigen Wifi-netwerk. Met een app van de energieleverancier of van een andere aanbieder kan de klant dan voldoende inzicht krijgen om energiebesparende maatregelen te nemen. De markt kan daar vervolgens op inspelen door energiebesparende oplossingen aan te bieden. Wij doen dit aanbod omdat we willen dat de slimme meter een succes wordt, óók in de portemonnee van de klant. We kunnen beginnen zodra het mag. Onze mouwen zijn al opgestroopt, ons plan ligt klaar.”

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: