Scenario’s voor de warmtetransitie

Nederland staat aan de vooravond van een monsteroperatie waarvan niemand nog precies weet hoe die zal verlopen: in 2050 moet de CO2-uitstoot van zo’n acht miljoen gebouwen zijn teruggebracht tot nul. Hoe pakken we dat aan? Net NL vroeg Stedin en Gasunie Transport Services naar hun ideeën daarover. 

Scenario 1: de warmtetransitie volgens Gasunie Transport Services  

Marijke Kellner, manager Energietransitie bij Gasunie Transport Services: “Energie die je niet gebruikt hoef je niet te maken en te transporteren. In de gebouwde omgeving breng je daarom als eerste stap de energie­vraag terug door isolatie. Nul op de meter is voor nieuwbouw een goed concept. Bij bestaande bouw is dat bijna onhaalbaar of zeer kostbaar, terwijl 80% van de huidige woningen er ook in 2050 nog zijn. Het is heel verstandig om daar efficiënte technieken te gebruiken. Twee belangrijke opties zijn dan warmtenetten of hybride warmtepompen.”

Scenario’s voor de warmtetransitie

Hybride warmtepompen, die gebruiken nog steeds aardgas?

“Dat klopt, nu nog wel. Een hybride warmtepomp verwarmt elektrisch en gebruikt alleen aardgas voor de piekvraag, als het erg koud is. Het gasverbruik neemt dus sterk af, zodat je snel grote stappen zet in de reductie van CO₂-uitstoot. Bovendien kan het aardgas op termijn worden vervangen door groen gas, omdat landelijk slechts een tot twee miljard m3 nodig is voor de piekvraag. Groen gas is volledig duurzaam, dus dan heb je een klimaatneutrale oplossing. Kortom, we gaan in Nederland van ‘altijd gas’ naar gas op maat. Ook als je kiest voor alleen elektrische warmtepompen, is er extra gas of kolen nodig voor centrales om tijdens piekuren aan de elektriciteitsvraag te voldoen. Vanwege conversie- en transportverliezen vraagt dat grotere hoeveelheden gas of kolen dan grootschalige toepassing van de hybride warmtepomp.”

‘Als de hybride warmtepomp de nieuwe HR-ketel wordt, dan zetten we snel grote stappen in CO₂-reductie’

Snel grote stappen: hoe snel, hoe groot?

“Hybride techniek is voor twee tot drie miljoen woningen in Nederland een goede oplossing. Nu worden CV-ketels nog vervangen door HR-ketels. Als we afspreken dat de hybride warmtepomp de nieuwe HR-ketel wordt, dan kunnen we deze oplossing voor die drie miljoen woningen in principe binnen pakweg 15 jaar realiseren. De hybride techniek kan direct toegepast worden en is infrastructureel niet ingewikkeld.“

Hoezo, infrastructureel niet ingewikkeld?

“Je hoort vaak dat de gasnetten vernieuwd moeten worden. In sommige regio’s is dat zo, maar in het algemeen zijn ze technisch in heel goede conditie. Met deze oplossing benut je dus de bestaande gasinfrastructuur. Het is bovendien niet nodig om de elektriciteitsnetten enorm te verzwaren. Dat zou wel nodig zijn als je kiest voor volledig elektrisch verwarmen.”

Daarmee zijn drie miljoen gebouwen klimaat­neutraal. En de overige vijf miljoen?

“Per regio moet je de mogelijkheden beoordelen en daarin ook de systeemkosten meewegen. Zuid-Holland is bijvoorbeeld een regio met dichte bebouwing en veel warmte van industrie en mogelijk geothermie. Daar zijn warmtenetten een goede optie. In het oosten van het land heb je vaak minder warmtebronnen. Daar bestaat de keus uit hybride verwarming of volledig elektrisch. Die laatste optie vraagt vergaande isolatie, dus grote renovatieprojecten van woningen, verzwaring van het elektriciteitsnet en sanering van het gasnet. Een erg kostbare optie dus. Met de keuze voor hybride verwarming is tegen lagere kosten een grote CO₂-reductie haalbaar.”

Wie moet de warmtetransitie organiseren?

“Gemeenten zullen het voortouw moeten nemen bij de keuze voor de infrastructurele oplossingen. Zij kunnen niet altijd voldoende overzien wat de consequenties van hun keuzes zijn voor het gehele energiesysteem en voor de CO₂-reductie. Daarvoor hebben ze de kennis en inbreng nodig van netbeheerders, energiebedrijven, bouwend Nederland en bewoners. Want de gehele keten is van belang; niet alleen het transport, alleen de productie of alleen de afname. Het is een breed vraagstuk waarvoor alle betrokken partijen met elkaar moeten samenwerken. Daarbij is het geweldig belangrijk om iedereen mee te krijgen in het veranderingsproces. De keuzes die de gemeenten maken hebben tenslotte consequenties voor iedereen, ook voor de individuele bewoners van de huizen in die gemeenten.”

Hoe verdelen we de kosten van deze operatie?

“Gemeenten en provincies zullen moeten beslissen wat maatschappelijk de beste oplossingen zijn voor hun regio. Aan de Warmtetafel, een overleg met de ministeries van Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Infrastructuur en Milieu, wordt nagedacht over een afwegingskader daarvoor. Welke parameters zijn van belang in die afweging? Kiest een gemeente voor de best maatschappelijke oplossing, dan is het redelijk om de kosten daarvan te socialiseren. Kiest een gemeente een andere oplossing, dan lijkt het niet redelijk om dat bij andere gebruikers in rekening te brengen en zal de gemeente mogelijk die kosten zelf moeten dragen.”

Gasunie Transport Services steunt het manifest ‘Aan de slag met wonen zonder aardgas’ (zie kader) niet. Waarom niet?

“We onderstrepen de gedachte dat fossiele brandstoffen zo min mogelijk moeten worden ingezet, om op die manier CO₂-reductie te realiseren. Maar dat betekent niet dat Nederland zo snel mogelijk van haar gasnetten af moet. Die netten hebben we juist nodig om de CO₂-reductie te versnellen, met hybride warmtepompen in combinatie met groen gas. Uitfaseren van gasnetten kan soms een oplossing zijn, maar eerder bij nieuwbouw dan bij bestaande bouw. Die nuancering missen we bij dat initiatief.”
 
 
Scenario 2: de warmtetransitie volgens Stedin 

David Peters, Directeur Strategie Stedin: “Stedin zet nu vooral in op het proces, samen met gemeenten die werk van de warmtetransitie willen maken zoals Rotterdam en Utrecht. Hoe doen we dit met stakeholders, hoe betrekken we bewoners erbij, hoe voeren we de discussies? We willen leren hoe we dit het best kunnen aanpakken en vergeten dus even onze drang om ons direct al te richten op technologische oplossingen. Die technologische oplossing komt er wel, draagvlak is de grote uitdaging.”

Regie is wel belangrijk bij zo’n ingrijpende aanpassing…

“Zeker. Iemand moet dat proces faciliteren en uiteindelijk richting kiezen. In mijn optiek is dat altijd de gemeente. We zien sowieso dat steeds meer verantwoordelijkheden naar gemeenten gaan, ook vanuit de Omgevingswet. Maar vooral: je wilt dat dit soort beslissingen democratisch gelegitimeerd zijn. Draagvlak is bij de warmtetransitie verschrikkelijk belangrijk, daar moet je extreem veel aandacht aan besteden. Als er weerstand ontstaat, wordt het erg lastig om mensen te motiveren over te stappen naar een bepaalde infrastructuur.”

Wat hebben jullie tot nu toe geleerd?

“Na verloop van tijd wordt vanzelf duidelijk wat de beste oplossingen zijn voor bepaalde typen wijken. Welke wijken de beste kansen geven, zodat je daarmee kunt starten. Daarvoor moet je de juiste feiten op tafel hebben, de emotie uit de discussie halen. Kijk naar de mogelijkheden en welke consequenties ze hebben. Dan kun je naar een volgende fase toe werken.”
‘Vanuit het Rijk moeten er kaders komen waarmee gemeenten beter kunnen doorpakken’

Klinkt eenvoudig. Zijn er ook knelpunten?

“Grote gemeenten hebben ambtenaren met expertise voor dit soort vraagstukken, bij kleine gemeenten is dat een stuk moeilijker. En vanuit het Rijk moeten er kaders komen waarmee gemeenten beter kunnen doorpakken. Die zijn er nu niet. De governance is niet helder; wie is verantwoordelijk voor dit proces? De gemeente, de netbeheerder, de provincie? De CO₂-prijs is te laag, daar krijg je geen enkele business case mee rond. Ook de targets van de overheid zijn nog niet duidelijk. De klimaatdoelstelling voor 2050 is dat wel, maar je moet die periode ertussen opknippen, een route vastleggen. Bijvoorbeeld dat elke wijk in 2030 een plan heeft om emissievrij te worden in 2050.”

Maar dan toch: hoe ziet Stedins scenario er technologisch uit?

“Nieuwbouw is het makkelijkste deel van de transitie. In die bouw is het niet meer verantwoord om te investeren in een aardgasinfrastructuur, dus je kiest in elk geval voor een systeem zonder aardgas. Vervolgens kijk je welke warmte er beschikbaar is: een warmtenet, geotechniek of warmtepompen? Daar kun je bij de bouw al rekening mee houden, waardoor het efficiënt is aan te leggen.“

Hoe kies je de juiste oplossing bij bestaande bouw?

“Verduurzamen in wijken met gas is verschrikkelijk complex. De locatie en de karakteristieken van de woningen zijn het belangrijkst. Zijn er warmtebronnen in de buurt, is geotechniek een optie? Maar uiteindelijk moet het integrale plaatje meewegen: wat betekent het voor de netbeheerder, wat betekent het voor de eigenaar, voor de bewoner en welke optie geeft de meeste maatschappelijke waarde?”

Wat maakt het dan zo complex?

“Binnen de wijk ontstaat ook diversiteit, dat zien we bij wijken die we al geanalyseerd hebben. Is er een warmtenet, dan is het goed om daarop aan te sluiten. Maar dat werkt beter voor hoogbouw dan voor laagbouw. Collectieve warmte, all electric, groen gas, elke oplossing is zeer locatie-afhankelijk. Daarbovenop verandert het beeld van het optimale energiesysteem steeds. Ik heb analyses gezien van vorig jaar, die dit jaar een heel andere uitkomst gaven, simpelweg door verfijning van het model. Dat maakt het extreem moeilijk om een plan te trekken. Juist voor netbeheerders, die hun technologie langjarig plannen, is dit een ontzettende uitdaging.” 

Stedin onderschrijft het manifest ‘Aan de slag met wonen zonder aardgas’. Waarom?

“Dat initiatief is vooral belangrijk voor de bewustwording. Heel veel mensen hebben nog niet in de gaten wat het effect is van het klimaatakkoord op de manier waarop ze hun huis verwarmen, koken en warm water krijgen. Het manifest zal de complexiteit van de warmtetransitie niet kleiner maken, maar kan de publieke opinie, het draagvlak wel beïnvloeden.” 

Gaan de ontwikkelingen snel genoeg?

“Over de snelheid waarmee we dit moeten doen durf ik nog niets te zeggen, maar we moeten in ieder geval geen tijd verliezen. Voor netbeheerders is het van groot belang dat het een controleerbaar proces wordt. Het is een uitdaging om plannen ook echt te realiseren. Netbeheerders zijn niet voor niets de eersten om de discussie over dit onderwerp te starten. Als je met elke gemeente rond de tafel moet en het gesprek met bewoners moet voeren, is dat nogal een kluif werk. Infrastructuur die je nu aanlegt of vernieuwt, gaat mee tot voorbij 2050. En tot die tijd verbouwen mensen hooguit twee maal grootschalig hun huis. Daar wil je ook graag op meeliften. Daarom moeten we nu doorpakken. Dan kunnen we met elkaar nog sturen om de maatschappelijke kosten te beperken.”

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: