Data morgana

De aanbieding van de slimme meter vordert gestaag; in maart wordt bij het twee miljoenste huishouden een slimme meter geïnstalleerd. Ook het energienet wordt steeds slimmer. De bron aan energiedata raakt steeds beter gevuld en dat levert prachtige vergezichten op over het energiesysteem van de toekomst. Of zijn het luchtspiegelingen? 

In 2020 zijn er in Nederland zo’n 8 miljoen huishoudens met een slimme meter; wereldwijd gaat het om zo’n 800 miljoen stuks. Die leveren een enorme hoeveelheid data op. Zelfs als die meters niet real time uitgelezen worden (wat technisch wel kan) maar gewoon eens per twee maanden (de standaardfrequentie in Nederland), levert dat een enorme berg data op. 

Data morgana

Zee aan gegevens

De kunst is om die data betekenis te geven; om de juiste analyses te doen en er de juiste conclusies aan te verbinden. Dat is nog een hele opgave. Tijdig beginnen is dan het devies, want in een zee aan data verzuip je sneller dan in een pierenbadje – zeker als je nog niet zo bedreven bent in big data. Natuurlijk doen de Nederlandse netbeheerders via allerlei pilots en proeftuinen driftig ervaring op, maar het zou pretentieus zijn om te stellen dat ze al experts zijn. Dat geldt eigenlijk voor de hele utilities-sector. Capgemini Consulting ondervroeg vorig jaar honderd ondernemingen in de water- en energiesector uit Noord-Amerika, Europa en Azië Pacific. Bij slechts 20% was big data analytics al ingebed in de bedrijfsvoering; meer dan 40% had nog helemaal geen big data activiteiten ontplooid.

‘De afspraken over wat netbeheerders wel en niet mogen met de data, zijn krap gekozen’

Kritische kanttekeningen

Gezien die relatieve onervarenheid is het niet ver­wonderlijk dat ‘echte’ data-experts wel wat kritische kanttekeningen plaatsen bij hoe de data uit de slimme meter momenteel worden benut. Zoals Roel Stijl, business analytics en big data consultant bij Bearing point. Hij schreef de whitepaper ‘Netbeheerder laat kansen liggen met slimme-metergegevens’, waarover Net NL hem medio 2015 sprak. “In principe hebben de netbeheerders een heldere taak: ‘zorg dat het werkt en liefst zo goedkoop mogelijk’. Vanuit dat perspectief zijn de door de ACM goedgekeurde sectorafspraken over wat netbeheerders wel en niet mogen met de data uit de slimme meter, heel krap gekozen. Toch conformeren de netbeheerders zich eraan, als braafste jongetjes uit de klas. Terwijl ze zich daarmee de moge­lijkheid ontzeggen om te onderzoeken hoe ze die data kunnen benutten om hun kerntaak nog beter of efficiënter te vervullen. Storingen analyseren wordt bijvoorbeeld veel makkelijker als de netbeheerders precies kunnen zien wanneer welke meter ‘uit’ ging. En met de gedetailleerde gebruiksdata hoeven middenspanningsstations niet of minder ‘verslimd’ te worden. Potentiële besparing: honderden miljoenen”, zei hij toen.

Big brother

Er zijn twee belangrijke redenen dat de netbeheer­ders de slimme data nog relatief dom benutten: de beperking dat de netbeheerders de meter slechts eens per twee maanden mogen uitlezen (er is expliciete toestemming nodig van de bewoner om dat vaker te doen) en de maatschappelijke gevoeligheid. Want er kleeft nogal een ‘Big Brother is watching you’-associatie aan de slimme meter. Terwijl in bijvoorbeeld Italië de slimme meters veelal open en bloot langs de weg staan, vinden Nederlanders hun verbruiksgegevens nogal privé en zijn ze bang voor misbruik. De publieke opinie rond de slimme meter lijkt soms minder gevoelig voor de reële voordelen – meer inzicht in je energieverbruik, minder kans op onaangename verrassingen tijdens de jaarafrekening – dan voor de potentiële risico’s. Een veelgehoord argument: ‘als inbrekers mijn meter hacken, kunnen ze zien of ik wel of niet thuis ben’. Tja, dat ziet het dievengilde ook als ze drie keer door je straat rijden, en dat is aanzienlijk minder moeite... Dat de bezwaren tegen de simme meter niet altijd even rationeel zijn, maakt ze overigens niet minder relevant (zie kader Werken aan vertrouwen).

‘Uit angst voor misbruik wordt normaal gebruik van big data aan banden gelegd’

Middel versus kwaal

De terughoudendheid bij publiek, wetgever en toe­zicht­houder om gegevens te mogen gebruiken, speelt niet alleen rond de slimme meter. Sander Klous, hoogleraar Big Data Ecosystemen aan de Universiteit van Amsterdam, signaleert in bredere zin de neiging om het verzamelen van gegevens te beperken. “Big data is een van de weinige maatschappelijke terreinen waar het normale gebruik (wettelijk) aan banden wordt gelegd, uit angst voor misbruik”, schreef hij in NRC Next**. Hij vergelijkt in het artikel data met kunstmest, dat Anders Breivik gebruikte voor de bom die hij in Oslo liet ontploffen. “Natuurlijk wordt normaal gebruik van kunstmest niet onmogelijk gemaakt, uit angst voor een gek die er iets anders mee gaat doen. Maar als het gaat om privacy en big data, is dat precies wat er gebeurt. Wetgeving richt zich op het beperken van het verzamelen van gegevens in plaats van het voorkomen van onjuist gebruik. De uitdaging is om de negatieve aspecten te kanaliseren, zonder het fundament aan te tasten voor maatschappelijke vooruitgang. Dát is waar het privacydebat over zou moeten gaan.”

Data-debat

Futuroloog en Net NL-columnist Wim de Ridder heeft weer een heel eigen kijk op de discussie rond de data uit de slimme meter. In eerdere columns voor Net NL brak hij al een lans voor de netbeheerders als ‘hoeders’ van de energiedata. Want aan wie vertrouwen we onze energiedata het liefst toe? Aan de overheid, die de inkomsten uit de energiebelasting liever niet te ver ziet teruglopen? Aan de energieproducenten, die nu al overcapaciteit hebben en liever meer dan minder afzetten? Aan marktpartijen zoals Google, die via de slimme thermostaten van dochterbedrijf Nest nu al nadrukkelijk aast op de energiedata (en ongetwijfeld met een belang)? Of aan de publieke netbeheerders? Wat De Ridder betreft is het antwoord glashelder. 

Mooi vergezicht

In zijn nieuwste boek, ‘Metamorfose: de nieuwe welvaart’, houdt De Ridder een vergelijkbaar pleidooi voor de netbeheerders. En het is niet alleen een ver­trouwenskwestie waarom hij de energiedata liefst bij hen zou onderbrengen. In zijn boek schetst hij een spilfunctie voor netbeheerders in het (duur­zame) energie­systeem van de toekomst. Hij ziet voor zich hoe de netbeheerders een zogenoemd Elektriciteitsbeheerplatform gaan leiden, dat de volgende zaken regisseert:

• Het beheer van het digitale en fysieke elektriciteitsnet;
• De aanleg en beheer van smart grids waar vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd;
• Het prijsmechanisme waarmee verbruikte en geleverde energie wordt verrekend;
• Het garanderen van leveringszekerheid (al dan niet tegen een extra premie);
• En last but not least: bescherming tegen oneigenlijk gebruik van de energiedata van de consument.

Nú solliciteren!

“De netbeheerders moeten hun kans pakken”, vindt de futuroloog. “In het energiesysteem van de toekomst draait het om de integratie van fossiele en niet-fossiele bronnen; om het afstemmen van vraag en aanbod van de prosumerende gebruikers en om het garanderen van leveringszekerheid. Het lijdt geen twijfel dat daar grote hoeveelheden data en datasturing mee gemoeid zijn. Er komt als het ware een nieuwe functie vacant: die van ‘energiedatabeheerder’”, aldus De Ridder. “Als ik de netbeheerders was, zou ik onmiddellijk solliciteren – ook al is die functie breder dan het huidige wettelijke takenpakket. Claim alvast je positie en doe ervaring op!” 

Aanmelden NetNL

Graag wil ik het magazine Net NL ontvangen op het volgende adres: